Een nieuwe werkplek

17-05-2002 algemeen

Sinds kort werk ik bij NMG Nieuwe Media Groep te Utrecht. NMG is een leuk creatief internet- en communicatiebedrijf. In mijn omgeving vraagt men zich regelmatig af: ‘’Goh, maar hoe doe je dat dan met de communicatie? Is dat niet vreselijk vermoeiend?’’ Sommige doven en slechthorenden werken liever bij een doofvriendelijke organisatie of instelling. Bijvoorbeeld op een dovenschool, een verzorghuis voor oudere doven, een tolkenbemiddelaar et cetera. Hier ben je namelijk niet de enige met een gehoorbeperking. Deze organisaties besteden aandacht aan de communicatie op de werkvloer en je kunt gebruik maken van de aanwezige hulpmiddelen. Goed geregeld zou je denken.

De praktijk laat echter regelmatig een ander beeld zien. Belangenvertegenwoordigers zoals de NVVS & Dovenschap maken zich hard voor een landelijk alarmssysteem waarbij mobiele bellers via een belsignaal of een sms-bericht op de hoogte gebracht kunnen worden van onveilige situaties. Een goede zaak, maar op de meeste dovenscholen ontbreekt een visueel alarmeringssysteem. In geval van brand moet je maar hopen dat er een goed horende collega in de buurt is. Verder hoor ik regelmatig over het gebrek aan teksttelefoons, tolken en andere essentiële zaken die nodig zijn voor optimale prestatie, gelijkwaardigheid en een stimulerende werkomgeving. Onlangs was ik nog op bezoek bij een doveninstituut en tijdens de lunch at ik een hapje mee in een openbare ruimte. Wat viel dat tegen! Vrijwel niemand sprak gebarentaal. Behalve dan die paar die met elkaar aan één tafel zaten te gebaren. Het moet natuurlijk wel van twee kanten komen.

NMG heeft met al deze zaken geen ervaring. Maar dat biedt ook kansen. Dankzij de modernisering van de AWBZ, persoonsgebonden budgetten die meer keuzevrijheid voor de cliënt garanderen en de wet REA kan ik mijn werkomgeving optimaal inrichten. En mijn collega’s staan er voor open. Zij dragen immers niet de vooroordelen van de oude garde met zich mee. Erg verfrissend allemaal. Les één: de tolk komt niet voor Pascal maar voor ons allemaal.

Veel inspiratie haal ik uit mijn samenwerking met mijn collega’s Jacko en Paul. Jacko heeft een spierziekte waardoor hij zijn ledematen nauwelijks kan bewegen en Paul is blind. Doof en blind. We zijn letterlijk elkaars tegenpolen. Dit levert soms lastige situaties op, maar het is in ieder geval nooit saai. Bovendien zijn we er ons van bewust dat we elkaar nodig hebben. We vullen elkaar aan. Dat besef moet ook groeien bij een doofvriendelijke organisatie. Doven mensen aantrekken mag nooit een doelstelling zijn. Dan krijg je een organisatie vol irritatie en misverstanden, met medewerkers die doof of slechthorend zijn als kwaliteitscriterium. Het besef moet groeien dat beide groepen elkaar aanvullen en zelfs niet zonder elkaar kunnen!

Pascal Ursinus
Ook gepubliceerd in Woord & Gebaar (mei 2002).


Reacties

Er zijn nog geen reacties Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen