Geen gehoor

01-09-2003 algemeen

Je wilt graag motorrijden, maar je hebt een handicap. En iedereen vindt dat je er daarom maar beter niet aan kunt beginnen. Wat doe je dan? Afhaken of tegen de klippen op je droom verwezenlijken? De dove Liesbeth Oud (29) uit Schijndel deed het laatste, want van belemmeringen en goed bedoelde betutteling moet je niet te veel aantrekken, vindt ze. Een interview met een motorrijdster die haar handicap overwon. Over wat nou écht het probleem is voor doven en waarom een Yamaha Diversion irritant is.

Tekst: Jan Dirk Onrust
Foto’s: Allart Blauwboer

Waarom ben je gaan motorrijden?
Dat ligt toch niet echt voor de hand als je doof bent.

‘Nee niet echt. Zo’n dove op een motor hoort geen toeters en sirenes. Dat is hartstikke gevaarlijk. Dat is tenminste de algemene gedachte. Helaas denken de meeste doven dat ook. Er zijn 200.000 doven in Nederland en nauwelijks meer dan een procent daarvan rijdt motor. Ze zijn zo gewend te leven met beperkingen dat ze zich ervan hebben afgesloten. Ik geef les op een VMBO instituut aan dove brugklassers en niemand droomde ervan later te gaan motorrijden. Gewoon omdat ze dachten dat het niet kan of mag. Dat vind ik jammer, want zelf ben ik gek op motorrijden. Maar nu ze mij elke morgen op mijn Suzuki aan zien komen, beginnen ze toch interesse te krijgen. Dat is leuk.’
‘Ik ben met motoren opgegroeid. Mijn vader, die rij-examinator is bij het CBR, heeft altijd motoren gehad. Af en toe zat ik wel eens achterop. Op de PanEuropean of de BMW. Dus ik kende het motorgevoel al. En toen mijn vriend Mark ging motorrijden, ben ik overstag gegaan. Mijn ouders hadden geen bezwaren. Mijn oma was erop tegen.’
‘Ik ben vooral gek op snelheid. Dat je zomaar keihard gaat, dat blijft kicken. Misschien is het voor mij wel zelfs extra leuk, omdat ik de motor niet hoor. Dan lijkt het helemáál vanzelf te gaan.
Fantastisch om diep in de nacht op een lege snelweg even flink gas te geven. Echt scheuren doe ik trouwens niet. Dit even om oma gerust te stellen.` ‘Motorrijden vind ik ook nog eens heel erg stoer. Ik krijg er veel leuke reacties op. Mensen gaan anders naar je kijken. Als dove ben je een gehandicapte. Maar op een motor ben je een motorrijder. Dat is een groot verschil. Je stapt ermee uit een wereld van belemmeringen. Dat een motor een groot gevoel van vrijheid geeft is misschien een cliché, maar het is wel zoals ik het ervaar Maar oma vindt het nog steeds maar niks. Die wil liever dat ik met een auto wordt vervoerd.`

Hoe heb je je rijbewijs gehaald?
`Mijn vader wist een geschikte instructeur. Die was niet gespecialiseerd in lesgeven aan doven, maar hij was gewoon goed en geduldig, en bereid wat extra te doen. Om te kunnen lessen, heb ik heb hem eerst simpele gebarentaal moeten leren, Gebaren voor stoplicht, kruisingen, inhalen enzovoort. Toen zijn we gaan rijden. Ik moest heel veel in mijn spiegels kijken om zijn instructies te volgen. En we stopten vaak om de fouten door te nemen Eerst reed ik alleen met hem.
Later kwam er een tweede leerling bij. Ik heb daar wat van gezegd en kon toen als voorste rijden. Uiteindelijk heb ik vijfendertig lessen nodig gehad. Mijn examen heb ik in één keer gehaald. Nee. , mijn vader was niet mijn examinator! En ook geen naaste collega van hem, dat mocht niet van zijn chef. Om elke schijn van partijdigheid te vermijden heeft de chef het zelf gedaan.`

Liesbeth Oud en Mark bij de motor

Waar had je de meeste moeite mee?
`Bijna iedereen denkt het niet horen van het verkeer het grote probleem is. Maar dat is dus helemaal niet zo. Alles kan ik compenseren door heel veel te kijken. Oké, het getoeter van automobilisten hoor ik niet. Maar in de meeste gevallen gebruiken ze hun claxon om te schelden. Niet echt een gemis dus. Sirenes hoor ik ook niet, maar zwaailichten zie ik natuurlijk wel.`
`Het kijken in mijn spiegels ben ik al van kinds af aan gewend. AI op mijn eerste kinderfietsje had ik spiegels. Ik denk dat ik daarom meer kijk dan de gemiddelde motorrijder. Terwijl die door de wind, de motor, de helm en zijn oordoppen misschien nauwelijks meer hoort dan ik. Zeker als hij hard rijdt, is het wat gehoor betreft voor hem ook een soort onderwaterzwemmen.` `Nee, het probleem voor dove motorrijders is niet het gehoor.. maar het even verrichtingen waren bij de rijlessen daarom hartstikke moeilijk. Vooral het rondje met uitgang. Verschrikkelijk` En mijn instructeur maar gebaren dat lk de motor nog platter moest leggen. Na veel oefenen wicht. Dat is niet goed ontwikkeld. De speciale heb ik het uiteindelijk geleerd, maar ik doe het minder op gevoel dan horende motorrijders. Balanceren doe ik vooral op zicht. Ik moet kunnen zien hoe de weg en de horizon lopen. In het donker kan ik daarom niet goed bochten rijden. Een bocht waar ik normaal met 60 km/u doorheen ga, doe ik in het donker hooguit met 60. Ja, zelfs als ik wandel in het donker moet ik oppassen, horens! En rukwinden die schuin van voren komen, waardoor je de hele tijd moet compenseren.. vind ik ook wel lastig.`

Vandaar die valbeugel op je motor?
`Niet daarom. Maar ik heb nu een jaar mijn rijbewijs, heb 20.000 km gereden en ben al vier keer onderuit gegaan. De eerste keer was tijdens de speciale verrichtingen bij rijles. Bij de remproef vloog ik over het stuur. Ik moest meteen verder rijden van mijn instructeur. Dat was een goede tip. Zo was ik de schrik snel te boven. De andere keren hadden niets te maken met evenwichtsproblemen. Een auto die plotseling uit een uitrit schoot, iets te hard een rotonde opgegaan en een keer uitgegleden over witte strepen omdat ik niet oplette. Kortom, de valbeugel heeft zijn werk goed gedaan. En door weer snel verder te gaan, ben ik mijn angst nog steeds de baas gebleven.`

Ben je door je handicap beperkt in je motorkeus?
`Heb ik ook aan mijn instructeur gevraagd. Die zei dat ik overal op kon rijden, als er maar goede spiegels opzitten. Maar dat is vreemd genoeg niet altijd het geval. Op de oude Transalp van Mark bijvoorbeeld had ik weinig zicht. De spiegels van mijn Suzuki SV650 S zijn beter, maar toch zie ik nog steeds te veel elleboog. Wat ik ook niet wil is een viercilinder -Ik heb eens gereden op een Diversion, maar die vond ik erg irritant. Ik voel het motorblok niet. `Loopt ie wel?`, denk ik bij het stoplicht. Ik voel ook niet goed aan wanneer ik moet schakelen. Een tweecilinder geeft wat dat betreft veel meer informatie. Daarmee kan ik gewoon op gevoel schakelen.`

Een van de leuke dingen van motorrijden is het kletsen met andere motorrijders.
`Bij de meeste mensen kan ik liplezen. Moeten ze wel even hun helm afzetten. En als ik het dan nog niet goed versta, helpt Mark een handje. Ook als anderen mij niet verstaan.`

`Het voordeel van gebarentaal is trouwens dat we onderweg ook nog wat kunnen zeggen. Niet dat we hele gesprekken voeren met die dikke handschoenen aan, maar we kunnen elkaar wel waarschuwen voor dingen als een slecht wegdek of een flitspaal.` `Communiceren met andere doven is het makkelijkst. Er is zelfs een club voor dove motorrijders. Wilde jongens op Hornets, die graag wheelies maken. Maar dat zoek ik niet echt op. Bovendien zit ik al de hele dag tussen de doven.`

Maar toch zou je andere doven willen aanmoedigen te gaan motorrijden.
`Wat ik vooral wil zeggen is dat ze zich niet moeten laten ontmoedigen. Doofheid is geen handicap die motorrijden uitsluit. Altijd als ik ergens op de motor kom.. is de eerste vraag: mag je dat wel? Daar word ik wel eens moe van. Nou. het mag, het kan en het gaat nog hartstikke goed ook. Dus als iemand wil, moet hij of zij het vooral doen. Het kost wat meer moeite, maar als je gewoon doorzet, dan kun je je handicap overwinnen.`

Bron: PROMOTOR NR.07 SEPTEMBER 2003
Met dank aan gebroeders Smale uit Apeldoorn.


Reacties

Er zijn nog geen reacties Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen