Ongehoord: Lipspreken

25-03-2013 algemeen

Op haar blog Ongehoord schrijft Marieke over haar ervaringen als slechthorende. Herkenbare situaties en leuke anekdotes worden met een vlotte pen beschreven. Deze keer schrijft Marieke over het fenomeen 'lipspreken'.

Lipspreken

De mensen om mij heen versta ik door naar hun monden te kijken. Ik val dus in de categorie ‘liplezers’. Maar hoe heten dan degenen bij wie ik liplees? Zelf was ik er nooit opgekomen, maar volgens de website www.lipread.eu heten deze mensen ‘lipsprekers’. In Engeland is het woord lipspeaking zelfs volkomen ingeburgerd. Daar kun je bovendien professionele lipspeakers inschakelen als tolk.

Zelf lees ik al lippen zolang ik me kan herinneren, zelfs lang vóór ik hoorapparaatjes kreeg. Dat ging praktisch vanzelf. Volgens mijn zintuigen maakten mensen namelijk geen geluiden, maar bewegingen met hun lippen. Als mijn moeder met haar mond ‘stoel’ vormde, had ik al snel door dat ze het houten ding bedoelde waar ze me heen dirigeerde. En ‘zwembad’ is ook niet zo lastig als je daarna in het water wordt geplonsd.

Toch ging het niet zo heel hard met mijn woordenschat. De letters k en g worden achter in de keel gevormd. De lippen doen daar niets mee. Het woord ‘koek’ bleef ik daarom hardnekkig herhalen als ‘oe’. De letters p, b, en m worden wel zichtbaar gevormd, maar lijken weer sprekend op elkaar. Regelmatig heb ik horende vrienden naar zichzelf in de spiegel laten kijken terwijl ze geluidloos articuleerden: pier–bier–mier. Zodat ze zagen wat ik zie. Geen verschil dus. Het wordt pas duidelijk in de context. ‘Ga je mee pier/bier/mier drinken?’ En zo zijn er nog een paar van die letter-lookalikes, zoals de t-d-n-l en de k-g-h-r.

Geen wonder dus eigenlijk dat er regelmatig spraakverwarring ontstaat als je met mij praat. Toen ik onlangs informeerde hoe het met onze kat was, antwoordde mijn vriend: ‘Die zit onder de drab.’ Op mijn voorstel om hem dan maar te wassen keek hij me aan alsof hij water zag branden en vroeg: ‘Hij wordt toch niet vies onder de trap?!’

En ‘lees’ ik slechts een paar klanken, dan fabriceert mijn brein er zelf iets creatiefs van. Zo vroeg ik aan een vriendin: ‘Waar heb je dat jurkje gekocht?’
Zij: ‘In Barcelona.’
Ik: ‘Oh, die winkel ken ik niet! Waar zit dat, Appelsoda?’

Elders op internet lees ik dat het Nederlands veertig klanken kent. Deze klinken voor goedhorenden allemaal verschillend, maar voor slechthorenden zijn slechts tien daarvan goed te lezen. En nog eens tien klanken kunnen liplezers opmaken uit de context van het verhaal. Dit betekent dat maar liefst vijftig (!) procent van de klanken gegokt moet worden.

Ik kan dit bijna niet geloven. Soms mix ik inderdaad woorden door elkaar, maar hoe zou ik kunnen functioneren als ik naar de helft van de gesprekken moet raden? Maar misschien heb ik gewoon heel veel geluk. En ben ik niet alleen een goede liplézer, maar bestaat mijn omgeving ook nog eens – voor het overgrote deel – uit goede lipsprékers!

Lees alle verhalen van Marieke op haar weblog. Deze column verscheen ook in het magazine Gezond gehoor, jrg. 2, nr. 3 (winter 2012/2013). Meer info over dit blad is te vinden op www.gezondgehoor.nl.


Reacties

Er zijn nog geen reacties Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen