‘Een doventolk? Geldverspilling!’

28-02-2020

‘Als alle doven nu alleen even “ja” of “nee” knikken, kunnen de horenden het onderling even afstemmen,’ zegt de man met de stropdas. Ik kijk hem verschrikt aan. Meent hij dat nou?

We zitten in een workshop van de GGMD voor Doven en Slechthorenden. De workshop heeft als doel om horende personen te laten ervaren hoe het is om doof te zijn. Het gaat ook over samenwerking. Door de opmerking van de man met de stropdas wordt pijnlijk duidelijk hoe snel doven en slechthorenden – vaak onbedoeld – worden buitengesloten als ze met horenden moeten samenwerken.

‘Och jee,’ zegt de man, zodra hij ziet dat iedereen naar hem kijkt, ‘zo bedoelde ik het helemaal niet!’ Maar hij zei het wel. ‘Dit gebeurt dus dagelijks,’ vertelt de workshopleidster. ‘En daarom zijn we vandaag hier.’

Doventolk

Ook ik was een paar jaar geleden zo’n “onwetende horende”. In mijn eerste werkweek als redacteur van Doof.nl zette ik zelfs doodleuk een artikel online met daarin het woord “doventolk”. Ik kreeg meteen kritiek van onze dove lezers. Inmiddels snap ik waarom.

Allereerst suggereert de term “doventolk” dat de tolk er alleen is voor dove mensen. Dat is natuurlijk niet zo. Een tolk zorgt er juist voor dat de communicatie tussen twee mensen (of groepen) die niet dezelfde taal spreken, wordt vertaald. Een gebarentolk werkt dus voor de horende én de dove persoon; zij moeten elkaar kunnen begrijpen.

Daarnaast noemen we tolken altijd naar de vreemde taal die ze vertalen, en niet naar de gebruikers van die taal. Je zegt niet “Fransentolk” of “Russentolk”, maar Tolk Frans en Tolk Russisch. Door de term “doventolk” te gebruiken, benadruk je dat de Nederlandse Gebarentaal nog steeds niet als officiële taal wordt gezien.

Gebarentaal

En nu ik het toch over de Nederlandse Gebarentaal (NGT) heb: ook dáárover is veel te weinig bekend. Zo riep iemand laatst op Twitter dat een teletolk (de mogelijkheid om te beeldbellen in gebarentaal) pure geldverspilling is. Want “doven kunnen toch ook gewoon mailen of chatten met een organisatie?” Wat de Twitteraar niet wist (en wat veel horenden niet weten), is dat de Nederlandse Gebarentaal niet zomaar om te zetten is naar geschreven Nederlands. NGT is een taal met een compleet eigen grammatica. Daardoor is het voor dove mensen die NGT als moedertaal hebben, vaak lastig om hun boodschap op te schrijven. Of om een e-mail of chatbericht van een organisatie goed te begrijpen.

Veel horenden staan daar niet bij stil en dat is begrijpelijk. Juist daarom is het ook zo goed dat een organisatie als de GGMD hier workshops over geeft.

Onzeker

Na de workshop over samenwerking ga ik naar de volgende zaal: hier vindt een workshop over doofblindheid plaats. De workshop wordt gegeven door een doofblinde mevrouw, die niet alleen vertelt hoe het is om doofblind te zijn, maar het ons ook laat ervaren. De opdracht: pak een bord en bestek, en ga aan tafel zitten. We krijgen een blinddoek om en een geluidswerende koptelefoon op. En we krijgen een “begeleider” toegewezen.

Vanaf het moment dat ik niets meer kan horen of zien, voel ik me onzeker. Mag ik al beginnen met lopen? En waar is de tafel? Uit gewoonte roep ik: ‘Hallo, mag ik nog wat vragen?’ en ik schrik. Ik kan mezelf niet horen! En uiteraard ook niet of er iemand reageert. Ik knijp in de arm van mijn begeleider en probeer met gebaren uit te vinden of ik al met de opdracht mag beginnen. Maar ik kan natuurlijk niet zien (of horen) wat zijn antwoord is!

Kwartje

Het besef hoe onmisbaar een gebarentolk is voor dove en doofblinde mensen, slaat niet alleen bij mij in als een bom. Eén van de deelnemers die zich aan het begin van de dag nog hardop afvroeg waarom sommige mensen zoveel tolkuren nodig hebben, zegt aan het eind dat hij het nu eindelijk snapt. Ook anderen vertellen dat ze er ‘nooit op deze manier over na hebben gedacht’. En ik? Ik ben alleen maar blij dat er bij veel mensen vandaag niet één kwartje, maar een hele spaarpot is gevallen.

 

Heb je ook regelmatig contact met mensen die die doof of slechthorend zijn, bijvoorbeeld via je werk of op school? De GGMD geeft trainingen voor collega’s, leidinggevenden, personeelsfunctionarissen, hulpverleners in de gezondheidszorg, docenten, begeleiders en andere groepen. In de training krijgen deelnemers meer inzicht in en begrip voor de wereld van mensen met een auditieve beperking. Kijk op de website van de GGMD voor meer informatie. 

 


Reacties

Er zijn 2 reacties Bekijk

SC

Dat kunnen mailen valt vies tegen, omdat tegenwoordig e-mail vaak niet meer als communictiemiddel beschouwd wordt. Het wordt ook al lastiger om de e-mailadressen te vinden of los te peuteren. Veel bedrijven kiezen ervoor om vragen en antwoorden via Facebook of Twitter te doen. Kwam zelfs een bedrijf tegen dat weigerde om per e-mail een afspraak te maken.

Een grote tegenvaller is ook, dat steeds minder mensen voldoende in staat zijn om begrijpend te lezen. Je krijgt steeds vaker antwoorden die kant noch wal raken. Wie op school niet voldoende taalvaardigheid leert, maar wel een hogere opleiding afsluit, wil niets weten van niet voldoende kunnen lezen en/of spreken. Iemand ontkende onlangs, dat de informatieve teksten beter geformuleerd moesten worden. Als ik iets niet begreep, dan moest ik dat navragen, zelf extra moeite doen was echt niet nodig. Maar het was een volkomen normaal antwoord, alleen bleek bij doorpraten dat er iets totaal anders gezegd was dan bedoeld werd met die tekst… In gesproken taal vallen zulke misverstanden iets eerder op. Het valt me nu in, dat er in gesproken taal veel onvolledige zinnen gebruikt worden. Als er geschreven moet worden, is het vaak opeens wel nodig om volledige zinnen te maken en daarvoor ontbreekt dan een gedegen training.

Beantwoord

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen