Mary van Duuren: Hyperhond

04-06-2018

Precies dertien jaar is ze nu, onze viervoeter van het ras Jack Russel. We hebben haar destijds als pup opgehaald bij een boerderij en terwijl ze – toen nog piepend – in de doos op mijn schoot in de auto mee naar ons huis ging, verzonnen we de naam. Onze pubers waren toen nog kleuterpubers en  volop in de sferen van  K3,  Piet Piraat en Kabouter Plop. Kort daarvoor hadden we in de bioscoop de film ‘Plop & Kwispel’ gezien. Je raadt het al. Kwispel werd haar naam.

Manlief moest even wennen als hij met haar buiten was. Het liefst had hij natuurlijk om ‘Floris’ of  ‘Tarzan’  geroepen, maar dat past nou eenmaal niet bij dat formaat hond. Dat een Jack Russel een grote hond is in een kleine verpakking, wisten we toen nog niet. De energie, dominantie en eigenwijsheid die in dat ras is meegegeven is bovennatuurlijk. De puppy-training werd al gestaakt na een aantal lessen. Niet door ons, maar door de plaatselijk Martin Gaus, omdat er met ons beest geen land te bezeilen viel.

Toch werd ze rustiger naarmate ze ouder werd. Op één ding na: haar geblaf. Ze blaft bij het voorbijlopen van mensen en honden, ze blaft bij het bezorgen van de post, ze blaft bij de deurbel, ze blaft bij het horen van de scooter van de buurjongen, of beantwoordt het blaffen van de hond van de buren. Ik werk veel thuis, dus ik word er vaak genoeg dol van.

Eén voordeel: Als ik door mijn slechthorendheid niet hoor dat iemand bij ons aanbelt, dan hoor in haar elk geval zeker. Ik geef toe dat ze daarmee vaak voorkomt dat ik de pakketbezorger misloop. Elk nadeel ‘hep ze’ voordeel…

We hebben haar een keer vanwege onze vliegvakantie in de zomer naar een hondenpension gebracht. Daar heeft ze bijna twee weken gelogeerd en gesocialiseerd met tientallen andere honden van allerlei rassen. We haalden haar daarna weer zo snel mogelijk op en het antwoord was ‘Goed, hoor’, toen we aan de begeleidster vroegen hoe onze Kwispel zich had gedragen.

Eenmaal weer thuis knuffelden we haar gek. Er werd die dag net zoals altijd post in de brievenbus gegooid, door mensen aangebeld en er waren volop andere redenen om te blaffen. Echter bleef het stil. Het viel ons op, dat ze wel steeds zoals altijd naar de voordeur spurtte en probeerde dezelfde decibels uit haar strot te persen, maar dat er geen enkel geluid uit kwam. Hooguit een klein piepje. De enige conclusie die we konden trekken was, dat ze in die twee weken zóveel geblaft had, dat ze haar ‘stem’ kwijt was. Dat duurde uiteindelijk bijna een maand lang.

Nu overweeg ik vaak genoeg stiekem om haar weer eens een paar weken in het pension te stationeren voor wat rust tussen de oren. Tussen mijn eigen oren uiteraard, want met tinnitus en hyperacusis is het hebben van een keffer in huis is niet altijd een pretje. Maar nee, we hebben haar tijdens die vakantie enorm gemist en ik heb haar te graag om me heen. Ze is mijn knuffelmaatje, mijn kantoorhond, mijn wandelvriendinnetje en ik hou van haar. Ook al zit haar geblaf dan in mijn oren, haar pootafdrukken staan onvoorwaardelijk in mijn hart.

 

Mary van Duuren (54) schreef haar boek ‘Tussen rust en ruis’,
over het omgaan met haar slechthorendheid en tinnitus/hyperacusis.
Voor Doof.nl schrijft ze luchtige columns over dit onderwerp en hoe
het haar dagelijks leven heeft veranderd.


Reacties

Er zijn nog geen reacties Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen