Spreken is zilver, luisteren is goud

19-06-2018

Twee bevriende goudzoekers zijn op zoek langs een rivier. Een van hen roept plotseling enthousiast zwaaiend met zijn metaaldetector: “Hier zit goud in de grond!”

Hij schept met zijn blote handen een hoeveelheid zwart zand uit de grond en doet het in zijn zeef. Hij schudt een paar keer boven de oppervlakte van het water, zodat het gruis verdwijnt en de warmgele klompjes overblijven. Dankbaar ziet hij het mooie goud glinsteren in het zonlicht.

Zijn vriend woelt een beetje in de aarde, maar zit ongeïnteresseerd voor zich uit te kijken. Hij heeft meer oog voor de omgeving. Hij kijkt naar de donkere lucht een paar kilometer verderop en merkt op dat er een onweersbui aan lijkt te komen. Hij ziet dat zijn nieuwe schoenen vol met modder zitten en stoort zich bovendien aan zijn zwarte nagelranden, die hij heeft gekregen door het woelen in de grond.

De zeven worden opnieuw gevuld. De lakse goudzoeker schudt echter zo heftig en onzorgvuldig met zijn zeef, dat de inhoud – inclusief het goud – eruit valt en in het water verdwijnt.

Als de twee vrienden later een borrel drinken en de ene zijn gevonden goud uit een lederen zakje haalt en op tafel legt, vraagt zijn vriend verbaasd: “Zat er goud tussen het zand dan?” 

De goudzoeker zucht diep.

Ik herken zijn onbegrip, want ook ik ben een echte ‘golddigger’. Met mijn eigen detector zoek ik dagelijks naar het waardevolle. Die detector (mijn best werkende oor) bevindt zich aan de rechterkant van mijn hoofd. Eerst richt ik hem op het signaal (het geluid). Als het geluid verder weg is dan twee meter of er zit een barricade (ander geluid) tussen, dan loop ik ernaartoe. Het signaal wordt dan sterker en vervolgens kan ik gaan graven (luisteren). Als alles in mijn zeef (oor) zit, dan ga ik filteren. Het zwarte zand (de ruis) laat ik tussen de gaatjes van de zeef vallen (elimineren), zodat ik me kan focussen op het goud: het spraakverstaan.

Ik observeer de schittering, laat me erdoor betoveren. Soms ben ik er stil van en laat ik het gewoon even tot me doordringen.

Dus als je me vraagt of ik goud kan horen, dan is mijn antwoord altijd: ja, als je maar goed genoeg luistert.

Als slechthorende met tinnitus moet ik elke dag mijn best doen om het maximale te kunnen horen en waarnemen, om er vervolgens iets mee te kunnen doen. Goed luisteren levert informatie op, maar ook interesse. En daarmee gaan soms emoties gepaard. Want hoewel het voor mij lastig is om goed te horen, merk ik vaak genoeg dat het voor anderen soms moeilijk is om goed te luisteren. Net als bij het verhaal van de goudzoekers is de aandacht van de ander soms ver te zoeken.

Zo heb ik het als slechthorende nodig om oogcontact met mensen te maken en te kunnen liplezen als extra hulpmiddel. Dan kan ik me beter focussen op het gesprek. Als dit oogcontact ontbreekt en ik merk dat de ander in gedachten al bezig is met een volgende vraag, voordat ik heb geantwoord, voelt dit niet fijn. Zeker als ze zich dan op een later tijdstip ook niet meer herinneren wat ik heb gezegd. Dan is er onvoldoende aandacht voor het gesprek geweest. Ze hebben niet goed geluisterd.

In de oudheid werd goud niet alleen als waardevol gezien; er ging ook magie vanuit. Het werd gezien als een symbool van zuiverheid. 

Voor slechthorenden – maar ook voor goedhorenden! – is duidelijke en oprechte communicatie puur goud. 24 Karaat en onbetaalbaar…

 

 

Mary van Duuren (54) schreef haar boek ‘Tussen rust en ruis’,
over het omgaan met haar slechthorendheid en tinnitus/hyperacusis.
Voor Doof.nl schrijft ze luchtige columns over dit onderwerp en hoe
het haar dagelijks leven heeft veranderd.


Reacties

Er zijn 5 reacties Bekijk

Ine

Precies. Alsof je mij de woorden uit de mond haalt. Succes Mary en bedankt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen