Onno Crasborn, hoogleraar Nederlandse Gebarentaal

19-12-2017

Per 1 december 2017 is prof. dr. Onno Crasborn benoemd tot hoogleraar Nederlandse Gebarentaal aan de Faculteit der Letteren van de Radboud Universiteit. Hij is daarmee de tweede hoogleraar in Nederlandse Gebarentaal. Hoe voelt deze eervolle benoeming en wat hoopt Crasborn allemaal te bereiken? Een mooie gelegenheid om hem even te Skypen.

Als Onno Crasborn opneemt, verschijnt er op ons beeldscherm een typische werkplek die je verwacht van een kersverse hoogleraar; een kamer met één grote wandvullende boekenkast. Het resultaat van een jarenlange verzamelwoede. Het wordt al snel duidelijk dat Crasborn over een grote collectie kennis en data beschikt. Hij is onder andere een van de pioniers in de wereld op het gebied van gebarentaalcorpora. Dat zijn gearchiveerde verzamelingen van gesprekken en verhalen in gebarentaal die het mogelijk maken om te onderzoeken hoe gebarentaal gebruikt wordt. We spreken af dat we Onno Crasborn mogen tutoyeren.

Onno, allereerst nog van harte gefeliciteerd met je benoeming! Hoe voelt het?
‘Dank je wel! Ik voel me vereerd. Het is in principe natuurlijk “maar” een toevoeging van vier letters voor mijn naam. Vanaf nu ben ik “prof.” (afkorting van professor, de ambtstitel (en aanspreekvorm) van een hoogleraar, red.). Maar tegelijkertijd sta ik hiermee wel bovenaan de piramide van mijn wetenschapsgebied. Ik dacht eerlijk gezegd dat het hoogleraarschap altijd aan anderen toebedeeld was. En nu ben ik het zelf. Dat voelt nog een beetje onwennig, maar ik ben er erg trots op.’

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wat staat er allemaal op jouw to-do-list als hoogleraar? De erkenning van Nederlandse Gebarentaal bevorderen?
‘Ja, ik hoop inderdaad dat ik door mijn hoogleraarschap op politiek vlak in elk geval meer kan bereiken voor de erkenning. Een e-mail van een hoogleraar heeft nu eenmaal meer impact, haha. Al meer dan 20 jaar hebben verschillende mensen zich voor de erkenning ingezet, maar het initiatiefwetsvoorstel voor de erkenning van de Nederlandse Gebarentaal is pas in oktober 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd. Ik hoop dat ik nog een extra duwtje kan geven. Om te beginnen zal ik aan het begin van het nieuwe jaar contact opnemen met de betreffende kamerleden die het wetsvoorstel hebben ingediend. Hopelijk kunnen we samen meer betekenen.’

Stel, dat het lukt, wat zou voor jou een mooi gevolg van de erkenning van Nederlandse Gebarentaal zijn?
‘Ik kan veel positieve gevolgen noemen, maar ik denk dat dit toch vooral aan de dovengemeenschap is. Maar voor mij als gebarentaaldeskundige, lijkt het me heel mooi als de Nederlandse Gebarentaal zou worden opgenomen in het reguliere onderwijs. Dat het op het middelbaar onderwijs bijvoorbeeld een extra taalvak wordt, net zoals Frans of Engels. Dit is natuurlijk een kwestie van tijd en geld, en op dit moment is er ook nog geen goed lesmateriaal beschikbaar. Er zijn docenten gebarentaal, maar zij geven geen les op het reguliere onderwijs. Ik zie het wel voor me dat wij met de kennis die we in huis hebben over gebarentaal, cursusmateriaal zouden kunnen ontwikkelen en in samenwerking met bijvoorbeeld de Hogeschool Utrecht, docenten gebarentaal opleiden om ook les te geven op middelbare scholen.’

Meer mensen aan de Nederlandse Gebarentaal dus!
‘Iedereen die een cursus NGT of NmG doet, is altijd meteen heel enthousiast, dat is zo bijzonder. Je raakt eraan verknocht. Maar helaas komen maar weinig mensen in aanraking met gebarentaal. Alleen als iemand in je omgeving doof of slechthorend is. Het is voor veel mensen onbekend terrein. Zelf ontdekte ik de Nederlandse Gebarentaal ook pas toen ik Taalwetenschappen studeerde. Ik had zelfs nog nooit een doof persoon ontmoet. Het was een professor die vertelde over gebarentaal waardoor ik ermee in aanraking kwam. Ik was gelijk onder de indruk. Tja, en daarna is het een beetje uit de hand gelopen, haha.’

Als hoogleraar wil je ook datasets toegankelijk maken voor onderwijs aan tolken, klopt dat?
‘Onze gebarentaalcorpora, willen we inderdaad voor een breder publiek toegankelijk en gebruiksvriendelijk maken. Ook voor studenten en tolken Nederlandse gebarentaal. Doordat er lange gesprekken en verhalen van veel mensen in de corpora opgenomen zijn, kunnen we heel veel onderzoeken. Bijvoorbeeld welke gebaren alle doven op dezelfde manier gebruiken, en waar juist veel variatie is. Dat is waardevolle informatie voor iedereen die zich met gebarentaal bezighoudt.  Idealiter kunnen we rond de zomer van 2018 een website lanceren voor het corpus Nederlandse Gebarentaal.’

Hoe reageerde je omgeving eigenlijk op je benoeming?
‘Ik ben echt overweldigd door alle positieve reacties. Ook met name uit de dovengemeenschap. Ik was al wel een bekende, voor een deel omdat ik ook al jaren als tolk gebarentaal werk. En dat is erg goed voor je netwerk, moet ik zeggen. Maar iedereen is erg blij voor de dovengemeenschap. Deze titel creëert weer extra aandacht en zichtbaarheid voor de Nederlandse Gebarentaal en daarbij ook voor de dovengemeenschap. Zelfs al krijgen steeds meer dove kinderen binnen hun eerste levensjaar een cochleair implantaat, en is men soms wat huiverig dat de dovencultuur daarmee verdwijnt, de Nederlandse Gebarentaal blijft ook voor hen belangrijk.’

‘Wat mij ook opviel, was dat niemand ophef maakte waarom ik als goed horende hoogleraar ben geworden. Ik had verwacht dat mensen liever een doof iemand op deze positie zouden zien. Dat maakt me extra trots. Maar ik denk dat mensen ook wel weten dat ik me in de afgelopen 25 jaar hard heb ingezet om dit te bereiken. En, als je als volwassene een nieuwe taal moet leren is dat altijd moeilijker dan wanneer je kind bent. Hoe dan ook heeft de Nederlandse Gebarentaal mij heel veel gegeven. Het is een prachtige taal, net zoals andere talen. En het heeft mij in contact gebracht met een wereld die ik anders nooit zou kennen.’


Gerelateerde artikelen