Column Lotteke: Het worstenmysterie

30-10-2018

Soms kijk ik vol verbazing terug op een tolkopdracht. Vooral wanneer een afspraak totaal anders verloopt dan ik had verwacht. Gelukkig ben ik heel flexibel en kan ik goed schakelen, maar binnenpretjes kan ik dan niet tegen houden. Onlangs tolkte ik bij een verzorgingshuis waar een wending kwam die ik nooit had kunnen voorspellen.

Het bejaarde echtpaar waar ik voor kom tolken, zit hand in hand voor het raam naar buiten te kijken. Als ik groet met het gebaar ‘Goedemiddag’, zwaait meneer van Zanden terug. Bij mevrouw zie ik een kleine glimlach ontstaan. Kennelijk herkent ze mij nog. Meneer zegt in gebarentaal dat hij mij tegemoet komt lopen en de deuren open doet. Communiceren in gebarentaal kan gewoon door de ruiten heen. Ideaal. Bij de hoofdingang zie ik meneer staan en vraag hoe het met hen is. Elke week kom ik voor mevrouw tolken tijdens haar activiteiten en zie haar daardoor helaas ook met de week achteruit gaan. Afgelopen maanden zijn daar vele gesprekken over geweest. ‘Vandaag heeft ze een goede dag’, vertelt meneer met een vrolijke mimiek.

Voordat we de woongroep van mevrouw binnenlopen, zie ik dat meneer toch nog iets dwars zit. Hij merkt dat ik het zie en pakt mij even bij de hand. Hij vertelt: ‘De zusters willen mij spreken, maar het gaat juist zo goed met haar.’ Gefrustreerd kijkt hij mij aan. ‘Ik vind weer een gesprek maar overdreven. Ze hoeven zich nu echt geen zorgen te maken.’ Met een verbaasde mimiek vraag ik: ‘Waarom willen de zusters u dan nu weer spreken?’ Het is altijd fijn om van tevoren te weten waar de tolkopdracht over gaat zodat ik weet wat ik kan verwachten. Maar voordat hij er op kon reageren kwamen de zusters ons al op de gang halen.

Meneer houdt, heel galant, de deur voor mij open en ik loop naar mevrouw van Zanden. Ze kijkt verrast en blij, waarna ze met veel moeite probeert haar armen om mij heen te slaan. Samen met de zuster gaan we naar een aparte ruimte. Meneer neemt mevrouw mee in haar rolstoel. Ook al zal ze door haar dementie niet alles meekrijgen, bij elk overleg mag ze erbij zitten. Op die manier wordt er niet achter haar rug om gepraat, iets waar ze vroeger altijd een hekel aan had.

De zusters steken meteen van wal: ‘We maken ons zorgen over de gezondheid van uw vrouw.’ Meneer rechtte zijn rug en reageert: ‘En waarom dan wel? Het gaat juist zo goed deze week. Kijk maar.’ Hij kijkt naar zijn vrouw en ze begint meteen te stralen. Vol liefde kijken ze elkaar aan, een vertederend moment. Ook de zusters stonden daar even bij stil. ‘Ze ziet er inderdaad goed uit, maar niet alles is te zien,’ legt een van de zusters uit. Meneer kijkt verbaasd en pakt even de hand van zijn vrouw vast. ‘Waar we ons zorgen over maken zijn de borrelmoment buiten in het park die u wekelijks samen heeft. Wij zien dat ze daar erg van geniet.’ Er valt even een korte stilte. Vanbinnen moest ik lachen. Dit gesprek kreeg een wending die ik nooit had kunnen bedenken. Terwijl er van alles door mijn hoofd schoot, tolkte ik gewoon door.

De zuster vervolgt: ‘Maar wat u daar samen bij nuttigt baart ons zorgen.’ Een andere zuster, die een papieren dossier voor zich heeft, neemt het woord over: ‘Het cholesterol van uw vrouw is veel te hoog’. Met een diepe zucht gebaart meneer van Zanden: ‘Dan moeten we daar iets aan doen. Ik begrijp alleen niet wat ons borrelmoment daarmee te maken heeft.’ De zuster bladert even door het dossier en legt uit: ‘Het valt ons op dat u elke keer een hele leverworst meeneemt waar we vervolgens niets meer van terug zien. Dit is wel een grote portie voor twee personen en van veel worst kan de cholesterol verhogen.’ Meneer reageert heel stellig: ‘Een borrel is pas compleet met wat hapjes.’ Zijn mimiek vertaal ik door de intonatie van mijn stem aan te passen. De zusters hadden dit al voorzien: ‘Laten we alternatieven bedenken’. Na wat tegenstribbelen werkt meneer van Zanden toch mee, maar houdt voet bij stuk dat een paar plakken worst erbij horen. Met een compromis ronden ze het gesprek af en de zusters gaan weer naar de andere bewoners.

‘Een borrel kan ik nu wel gebruiken’, gebaart meneer terwijl hij de jas van mevrouw pakt en haar warm aankleedt. ‘En deze had ik al gekocht dus die gaat gewoon mee’, zegt hij samenzweerderig terwijl hij mij een grote worst in zijn tas laat zien. Al lachend lopen we samen naar buiten. Ik neem afscheid van het echtpaar en loop naar mijn fiets. Van een afstandje zie ik ze een plek zoeken in het park. En besluit even te genieten van dit aandoenlijke plaatje. Meneer zet de borrelglaasjes op tafel en schenkt er wat jenever in. Een hond komt aanlopen en mevrouw reageert daar overduidelijk enthousiast op. De hond komt zo dichtbij dat mevrouw hem zelfs kan aaien. Ze straalt en lacht. Ik stap op mijn fiets en zie weer een hond naar het echtpaar toe komen. Ook weer zo dicht bij mevrouw dat ze kan aaien. Typisch. Al zwaaiend fiets ik langs het echtpaar en kan mijn lach nu echt niet meer inhouden. De rolstoel van mevrouw is omringd met plakjes worst. Het worstenmysterie is ontrafeld!

Lotteke (41) werkt parttime als tolk Nederlandse Gebarentaal. Het leukste aan haar werk vindt ze de afwisseling van uiteenlopende tolkopdrachten met dove personen van alle leeftijden. Daarnaast is ze moeder van twee kinderen en gaat ze graag met hen naar het bos om te wandelen of met de mountainbike een tocht te maken. Wegens privacyredenen is de naam van tolk Lotteke gefingeerd.


Reacties

Er zijn 3 reacties Bekijk

coby prins

ze moeten in het verzorgings tehuis zich niet overal mee bemoeien. Al zou zouden ze zelf die worst opeten. Laat die mensen genieten van deze laatste levensfase.

Arthur Manders

Leuk verwoord / beschreven Lotteke! Vooral je woordspeling kan mij bekoren….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen