Dat duurt heel lang…

03-07-2018

Tram 8. Twee haltes vanaf de Erasmusbrug en dan zijn we er. Ik sluit de 9292-app weer en kijk naar buiten. ‘Ja, dat heb je nu al drie keer gecheckt schat, we zijn echt wel op tijd hoor.’ Patries lacht en schudt haar hoofd. En natuurlijk heeft ze gelijk. Twintig minuten voor mijn eerste afspraak in het Erasmus Ziekenhuis zitten we al in de wachtkamer. Te wachten. De brief die een paar weken ervoor bij ons op de mat viel vertelde mij dat ik eerst een gehoortest zou hebben en daarna een gesprek met een KNO-arts over de mogelijk genetische oorzaken van mijn slechthorendheid.

Na een halfuur word ik opgehaald voor de gehoortest. Een vrouw die duidelijk plezier heeft in haar werk wijst waar ik moet gaan zitten, in een soort geluiddicht pashokje, waar ik nog net in pas met mijn 1 meter 95, een bureau, een computer, twee stoelen en allerlei geluidsapparatuur. ‘Ja, je hebt vorige maand bij het Audiologisch Centrum ook een gehoortest gedaan, maar we doen er nog één, zo doen we dat,’ zegt ze met een glimlach. ‘Ja, logisch,’ zeg ik, terwijl ik het helemaal niet logisch vind. Maar goed, ik ben hier nu eenmaal, op tijd, laat ik maar gewoon meedoen. Terwijl ik Patries in gedachten al hard hoor lachen, druk ik braaf op de knopjes en luister ik braaf naar de woorden in ruis, zinnen zonder ruis en andere onverstaanbare klanken.

Na 25 minuten mag ik uit het pashokje en word ik subtiel naar de volgende afdeling verwezen. Die natuurlijk alleen via een wirwar van gangen, trappen en liften bereikt kan worden. Na mijzelf gemeld te hebben bij de onvindbare balie ploffen we op de onhandige designbank van de wachtkamer. ‘Nou, het zal mij benieuwen hoor, zeiden ze al iets over de uitslag van deze gehoortest?’ vraagt Patries. ‘Nee, dat zou wel heel efficiënt zijn, ik moest gewoon wachten op de KNO-arts…’ ‘En dan doen we dat maar weer braaf,’ maakt ze mijn zin af. Na nog eens vijftien minuten word ik opgehaald door een jonge arts-in-opleiding, die aangeeft eerst wat zaken te controleren voordat ik naar de KNO-arts mag. Na een paar minuten lang ‘aaaah’ zeggen, mijn hoofd links en rechts buigen en wat grapjes verder worden we weer naar de wachtkamer gestuurd. ‘Ja, de arts komt er zo aan, ze is nog even bezig hoor, ik kom u zo weer halen.’

Weer die onhandige designbank. ‘Ik was niet zenuwachtig, maar begin het nu wel te worden, al dat gestress en gedoe van die mensen. Gelukkig ben ik zelf niet zo,’ zeg ik, terwijl ik draai op de bank. Patries lacht hard, precies op dat moment verschijnt mijn nummertje op het scherm. En mag ik zowaar naar de KNO-arts. ‘Goedemiddag, gaat u maar even zitten, dan controleer ik even of u…’ Maar voordat ik kan zeggen dat dat net allemaal gedaan is, heb ik een stukje hout in mijn mond en zeg ik weer boe en bah. ‘Nee, uw gehoorverlies is niet veroorzaakt door veel oorontstekingen of andere zaken uit uw jeugd, de kans is groot dat het een genetische oorzaak heeft. Dat kunnen we onderzoeken. Maar dat moet u dan wel willen.’ De KNO-arts zet haar bril recht, haalt adem en gaat verder. ‘Ja, dat wil ik,’ weet ik uit te brengen. ‘Dat kan. Dan schrijf ik een verwijsbrief voor u naar de genetische afdeling, die zit daar ergens,’ en ze wijst naar een raam met luxaflex ervoor naar een denkbeeldig kantoorgebouw. ‘Hebt u verder nog vragen?’ vraagt ze professioneel terwijl ze haar vingers laat rammelen op het toetsenbord en haar gezicht weer verdwenen is achter de beeldschermen op het bureau.

‘Ja, nou eigenlijk,’ zegt Patries, ‘ik ben eigenlijk wel benieuwd, hoe zit dat met gehoortoestellen?’ ‘Prothetisering bedoelt u?’ kaatst de arts terug. Ik schiet in de lach en kijk Patries aan. ‘Ja, althans, als dat hoortoestellen zijn.’ ‘Dat moet u met het Audiologisch Centrum regelen.’ De arts staat op en maakt met haar blik duidelijk dat het gesprek inmiddels wel over is. Patries en ik staan automatisch ook op en lopen naar de gang toe. ‘Nog één dingetje, hoe lang duurt het voordat zo’n genetisch onderzoek gedaan kan worden?’ vraag ik terwijl ik al half op de gang sta. Het antwoord komt snel en beslist. ‘Dat weet ik niet. Nou ja, dat weet ik wel. Dat duurt heel lang.’

Als we bij de tramhalte staan kan ik het niet laten om Patries te vragen hoe laat de tram komt. ‘Dat weet ik niet, of nou ja, dat weet ik wel. Dat duurt heel lang.’ En we barsten allebei in lachen uit.


Reacties

Er zijn nog geen reacties Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen