De grond trilde: hoe dove Rotterdammers de oorlog beleefden
14 mei 1940. Nederland is in oorlog met Duitsland. De lucht boven Rotterdam vult zich met vliegtuigen. Veel mensen horen het brommende geluid dat ze maken. Geert niet. Hij voelt het. De dreiging zit in de trillingen, nog voordat de bommen vallen.
Dit soort ervaringen vormen de kern van de trilogie Het kind van de Vorstenburcht van Pascal Oranje. In deze boeken beschrijft hij het leven van dove Rotterdammers vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verhalen gebaseerd op echte gebeurtenissen en zijn eigen familiegeschiedenis. ‘Ik wilde dat hun verhalen niet verloren zouden gaan,’ vertelt Oranje. Hij schrijft onder een pseudoniem, zodat de aandacht bij de dovengemeenschap zelf blijft.
Van familieverhalen naar trilogie
Oranje groeide op als horende zoon van een dove vader. ‘Mijn moeder, zelf kind van twee dove ouders, was als enige horende volwassene in ons gezin de schakel naar de buitenwereld. Ik merkte dat er een zware last op haar schouders drukte. Zo heb ik haar vaak een voetbalwedstrijd van de radio in gebaren zien overbrengen aan mijn vader,’ vertelt hij. ‘Ze was daarna volledig uitgeput.’
Die ervaringen maakten diepe indruk. Net als de verhalen over de oorlog, die thuis veel werden gedeeld. ‘Ik ben negen maanden na de bevrijding geboren. De oorlog was altijd aanwezig in ons huis.’ Later groeide het besef dat hij deze geschiedenis wilde vastleggen.
De trilogie volgt het leven van een dove jongen en een horend meisje met dove ouders, van de jaren 20 tot en met de oorlog. ‘Ik wilde laten zien hoe het was om doof te zijn in een tijd waarin gebarentaal verboden was op scholen, en dove mensen minder kansen kregen. Maar ook hoe ze elkaar vonden, ondanks alles.’
Een hechte gemeenschap
Voor de oorlog was de dovengemeenschap in Rotterdam hechter dan nu, volgens Oranje. ‘Doven waren meer op elkaar aangewezen, omdat ze minder toegang hadden tot informatie en diensten.’
Het Instituut voor Doofstommenonderwijs speelt een centrale rol in de boeken. ‘Het was niet alleen een school, maar ook een ontmoetingsplek voor generaties doven. Ik heb er als kind Sinterklaas gevierd.’
Op die Rotterdamse school was gebarentaal officieel niet toegestaan, maar volgens Oranje werd daar weinig op gehandhaafd. Tijdens de lessen werd waarschijnlijk niet gebaard, maar daarbuiten gebruikten dove mensen hun taal volop in het dagelijks leven. Gebarentaal bleef essentieel om met elkaar te communiceren en een gemeenschap te vormen.
Foto: Stadsarchief Rotterdam
Kwetsbaar en veerkrachtig in de oorlog
Een van de meest indringende scènes in de boeken speelt zich af tijdens het bombardement op Rotterdam. ‘Mijn vader, Geert in de boeken, voelde de bommenwerpers aankomen voordat zijn collega’s ze konden horen,’ vertelt Oranje. ‘Doven ervaren gevaar soms eerder, door trillingen. Maar ze misten ook belangrijke informatie, zoals luchtalarmen of radioberichten.’
Die dubbele realiteit, zowel kwetsbaar als krachtig, loopt als een rode draad door de verhalen.
Mieke: leven tussen twee werelden
Een belangrijke rol is weggelegd voor zijn moeder, Mieke in het verhaal, een horend meisje dat opgroeit met dove ouders. Al op jonge leeftijd fungeert zij als tolk. Ze helpt haar ouders om gesprekken te voeren en informatie te begrijpen. Later doet ze dit ook voor haar man wanneer dat nodig is. In die tijd werd het binnen de dovengemeenschap vaak belangrijk gevonden om een horende partner te hebben, omdat dat het dagelijks leven toegankelijker maakte.
Ontdekkingen die blijven doorwerken
De vader van Oranje groeide op buiten zijn directe familie, waardoor een groot deel van zijn afkomst lange tijd onbekend bleef. Voor zijn trilogie deed Oranje jarenlang onderzoek in archieven in Nederland en Duitsland. Daarbij deed hij belangrijke ontdekkingen. ‘Het meest schokkende was dat ik 650 kilometer van huis de roots van mijn vader vond. Ik ontdekte wie zijn vader, grootvader en overgrootvader waren geweest.’
Maar ook na publicatie van de boeken kwamen er nog nieuwe gegevens boven water. ‘Plotseling kwamen we erachter dat mijn vader nog een halfbroer en twee halfzussen had,’ vertelt hij. ‘Hij heeft nooit van hun bestaan geweten.’ Het ging om kinderen uit het tweede huwelijk van zijn moeder, een deel van het familieverhaal dat lang verborgen was gebleven.
Waarom deze verhalen nu verteld worden
Een groot deel van de trilogie speelt zich af in de aanloop naar en tijdens de oorlog. Daarom koos Oranje ervoor om de boeken rond 4 en 5 mei te presenteren. De verhalen van Geert en Mieke laten zien hoe ingrijpend die periode was, niet alleen door de oorlog zelf, maar ook door wat het betekende om doof te zijn in die tijd.
Met zijn trilogie wil Oranje een geschiedenis zichtbaar maken die lang onderbelicht is gebleven, en laten zien hoe dove mensen, ondanks beperkingen en dreiging, hun eigen weg vonden. ‘Het voelde logisch om de boeken nu uit te brengen, als herinnering aan een geschiedenis die nog te weinig wordt verteld.’
Meer weten?
De trilogie Het kind van de Vorstenburcht is nu verkrijgbaar. Voor meer informatie over de boeken en historische foto’s van Rotterdam, zie pascaloranje.nl.