Column Ruth: Rust

01-10-2019

In het huis van dit gezin heerst altijd rust. Een rust die me overvalt, elke keer weer. Zodra ik door de voordeur naar binnen stap gebeurt het: de wereld buiten verdwijnt. Er is alleen nog maar het hier. Het hier en het nu.

Hun baby was het zwaarst slechthorende meisje dat ik in mijn loopbaan had leren kennen. Vaak heb ik bij een bepaald geluid nog wel een twijfelmoment: hoort ze dat? Bij dit meisje had ik dat niet. Maar dat was slechts het begin. Steeds kwam er weer een nieuwe arts en nog een onderzoek. Elke keer dat ik kwam leek moeder weer wat bleker. Tot haar donkere ogen de enige kleur waren als ze haar lichtste gewaad en hoofddoek droeg.

Waarom is er juist in dit huis zoveel rust?

Deze mensen hebben zó veel zorgen. Zo veel fysiotherapie, zo veel logopedie, zo veel ergotherapie, diëtist, kinderarts, tandarts, neuroloog, oogarts, nefroloog, audioloog, KNO-arts, revalidatiearts, longarts en maatschappelijk werker. En mij. Alleen het besef al dat ik één van zovelen bent in een lange rij hulpverleners, maakt me nederig. Hebben deze ouders wel ruimte in hun hoofd voor mijn inbreng?

In het begin vertelde de moeder me dat zij de vooruitgang bij haar dochter niet kon zien. Ze had me, heel dapper in het Nederlands, met veel handgebaren en halve zinnen uitgebeeld dat ze alleen maar bezig was met handelen, piekeren en wakker zijn. Ze kon niet meer even stilstaan en om zich heen kijken, niet meer beseffen waar ze eigenlijk mee bezig was. En dan heb ik het nog niet eens over het bekijken van het land en de buurt waar ze na haar huwelijk terecht was gekomen. Ze vroeg me of ik voor haar kon kijken naar haar dochter en haar kon vertellen of ze vooruitging. Want zij zag het niet. Zei ze.

Dus dat werd mijn taak.

Elke millimeter ontwikkeling bij haar dochter benoemde ik; van de kleinst mogelijke poging om haar hoofd zelf overeind te houden, tot de meest subtiele blik van herkenning bij het zien van een bekend speeltje. Maar natuurlijk zag de moeder het heimelijk zelf ook. Al na een paar maanden veranderde mijn taak in het bevestigen van de vooruitgang die moeder zelf wel zag, maar die ze niet durfde te geloven. Wat hebben we hard gewerkt aan kijken, wachten, gebaren, afstemmen, CI’s ophouden in plaats van er af trekken en nog veel meer. Nu, na drie jaar, zijn de rollen omgedraaid. Moeder ziet, weet, gelooft en legt het mij uit.

Vandaag zit het meisje in de hoek van de bank en draait met haar speelgoed. Als ik binnenkom richten haar ogen zich op mij en haar blik ziet er warempel anders uit dan de vorige keer. Weer net iets meer contact, weer net iets langer aandacht. 

Moeder vertelt me stralend over haar dochters nieuwe loophulpmiddel. Ze kan er de hele gang mee door en vindt het machtig. En het mooie is: ze trekt haar CI’s niet af als ze in haar loopstoel zit.

Kijk maar!

Subtiel vangt ze de blik van haar dochter en lacht. Echt contact, want ook het meisje lacht. Moeder gebaart rustig, uitnodigend ‘kom maar, kom maar’. Het meisje kan daar nog niet op reageren, dat weet moeder ook. Dus tilt moeder haar voorzichtig op en loopt naar de loopstoel. Ze knielt neer, wacht en probeert haar meisje te laten zien wat ze gaan doen. Ze wijst en wacht, maar wijzen begrijpt dit meisje nog niet; ze blijft onbewogen kijken naar de wijzende vinger van moeder. Zachtjes pakt moeder haar handje en legt hem op het stuur. Het meisje kijkt naar haar eigen handje en laat het toe dat moeder haar erin zet en haar vastgespt. Moeder laat de CI’s zien en wacht tot haar dochter ze ook echt in zich heeft opgenomen. Dan pas gaan ze op, zodat ze haar kind er niet mee overvalt. Moeder gebaart langzaam, vlak voor haar dochters gezichtje ‘Klaar, klaar. Ga maar’.

Moeder geeft het meisje een zetje en daar gaat ze. Met echte loopbewegingen gaat ze zelf verder. Helemaal tot het eind van de gang. Bij de voordeur blijft het meisje met haar rug naar ons toe staan. Ze kan zichzelf niet omdraaien. ‘Kijk’, fluistert moeder naar me en ze roept haar dochters naam. Het meisje kijkt duidelijk op en moeder loopt naar haar toe. Bij elke stap die ze dichterbij komt, klapt ze in haar handen. Het meisje hoort haar moeder aankomen en begint uitgelaten met haar handjes op het stuur te trommelen om te vertellen dat ze nog een keer wil. Na een paar ritjes door de gang tilt moeder haar weer op. Zo zachtjes, zo rustig, zo prachtig vol aandacht.  

Als ik weer buiten sta is het op straat warm en druk. Maar de rust en aandacht die dit gezin voor hun kind heeft, blijft de hele dag bij me.

 

Ruth Hartogs is gezinsbegeleider bij de afdeling Vroegbehandeling van de NSDSK en begeleidt gezinnen met een doof of slechthorend kind. In haar columns beschrijft ze waar ouders mee te maken krijgen en voor welke keuzes ze komen te staan. De columns zijn gebaseerd op werkelijke ervaringen, maar alle namen zijn vanwege de privacy gefingeerd.


Reacties

Er zijn 5 reacties Bekijk

Ilja Velthuis

Indrukwekkend verhaal, om stil van te worden. Het doet mij terugdenken aan mijn ernstig slechthorende dochter, die met haar 2e verjaardag nog niet liep. De zorgen in die eerste jaren waren enorm, en ze zijn er niet minder op geworden, maar het vertrouwen in je kind kan met de jaren wel groeien. En te weten dat je de juiste mensen om je heen kunt verzamelen geeft moed in barre tijden. (onze dochter is intussen bijna 12 en blijkt naast haar SH problematiek ook nog een chronische oogziekte te hebben. Maar ze fietst sinds kort wel zelf naar voetbal. Haar veerkracht is heel groot, en dat helpt ons ook weer.)

Beantwoord
Eline Lute-Kuin

Prachtige column, toen je bij ons over vloer kwam straalde je altijd rust uit hebben we ervaren, aandacht, luisteren, advies geven maar bovenal rust. Lieve groet, vanuit het rustige Zuid Scharwoude, je vond het hier altijd rustig vergeleken met de stad 😘 Groetjes van de inmiddels 11 jarige Niek, Jeroen Eline en Noor

Beantwoord

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen