Column Ruth: Van de trap gevallen

21-08-2019

Hij heeft een blauw oog, een bult op z’n hoofd en een armpje in het gips. Ze komen net uit het ziekenhuis. Zijn moeder heeft mascara tot op allebei haar wangen en kan haar tranen bijna niet inhouden. Ik stond al even voor hun deur te wachten en was blij dat ze toch nog thuis kwamen.

‘Ik was je helemaal vergeten!’ roept de moeder en we gaan hun huis binnen. Ze vertelt het verhaal: alle waarschuwingen ten spijt was haar zoontje toch over het traphekje geklommen, zo klein als hij was.

Natuurlijk viel hij.

‘Helemaal van boven naar beneden,’ vertelt zijn moeder. ‘Maar ik wist: als ze heel hard huilen is het juist goed, dan valt het mee, toch? Daar hield ik me maar aan vast.’ En inderdaad loopt het jongetje zelf luid zingend rond. Een beetje rustig is hij wel: hij speelt met de Duplo op de grond, veel langer dan we van hem gewend zijn. Normaal gesproken is hij een echte rauwdouwer: klimt overal op, rent harder dan zijn beentjes het kunnen bijhouden en springt van veel te hoge speeltoestellen af. Hij is van het type “nog geen drie, maar al drie keer geplakt bij de dokter”.

Zijn moeder praat verder: ‘Ze zeiden daar op de Eerste Hulp dat hij rustig aan moest doen met z’n arm. Nou, ik zei: “Rustig?! Als dat echt moet, gips z’n arm dan maar in, want met die van mij kan je dat vergeten, hoor!”

Laat uitgerekend dit energieke joch nou EVA-syndroom hebben.

EVA is een aangeboren, verdikte verbinding tussen het slakkenhuis en het evenwichtsorgaan. Doordat die verbinding makkelijk breekt, verlies je je gehoor. Soms gebeurt het spontaan, soms door een duidelijke klap tegen je hoofd. Soms blijft het jaren stabiel, soms is het in een week bekeken. Geen peil op te trekken.

Dit jongetje en zijn ouders kwamen bij ons na een treurig traject. De ouders hadden aan het consultatiebureau verteld dat ze hem niet zo goed meer konden verstaan en dat hij zo hard praatte. Helemaal schor was hij. De logopedist had hem meteen na de intake naar het Audiologisch Centrum gestuurd voor een hoortest. Eerst de test, daarna een scan, beiden pas geslaagd na poging nummer drie (‘Of hij lang goed stil kon liggen in dat scan-ding, nou dokter, wat denk je zelf dan als je hem ziet?! Heb jij nou gestudeerd?!’). Toen werd duidelijk wat het was: EVA, dus.

Zijn ene oor was al helemaal doof, maar het andere kon nog aardig horen. Met zijn hoortoestel was hij opvallend secuur. Hij vroeg er ‘s ochtends meteen om en als de batterij op was, kwam er er braaf mee aanzetten bij zijn ouders. Maar ja, wat doe je als ouders van zo’n klimgeit? Als je weet dat zijn redelijke oor er na elke valpartij uit kan liggen? Je kan zo’n jongen toch niet vastbinden? In de korte tijd dat ik met deze ouders samenwerk, zijn er weinig andere onderwerpen aan bod gekomen. Het uiteindelijke compromis tussen “vastbinden” en “op hoop van zegen” was dat ze hem in de speeltuin een helmpje op zouden doen…

Vader doet het hoortoestel weer bij zijn zoontje in en op het moment dat ze om de hoek van de keuken zijn, barst de moeder in tranen uit. ‘Volgens mij hoort hij niets meer. Ik voel het gewoon,’ snikt ze. ‘Dat meissie op de Eerste Hulp snapte natuurlijk helemaal niet hoe ik daarbij kwam. Alsof ik zelf van die trap was gevallen. Zegt ze ook nog dat ik me maar nergens zorgen om moet maken. Nou, dat doe ik wel, verdomme! Ik heb dat Audiologisch Centrum meteen in de auto gebeld en ze hebben de hele agenda voor morgenochtend leeggepoetst voor hem. Kan je nagaan, met een wachtlijst van drie maanden! Maar wat denk jij: ik moet hem vannacht elke twee uur wakker maken. Na zo’n slapeloze nacht reageert hij dan toch nooit meer op die piepjes?!’

Ze droogt dapper haar tranen als haar kind de kamer weer binnenkomt. Hij ramt keihard op de toetsen van het keyboard dat op tafel ligt en morrelt aan de aan-en-uitknop. Hij loopt door naar het stopcontact, trekt de stekker eruit en rukt daarmee ook het keyboard van tafel. Het keyboard valt kletterend op de grond, samen met een vaasje bloemen. Het jochie rent geschrokken naar moeder en verbergt zich in haar armen.

Als hij wat is bijgekomen kijkt hij wat om zich heen, trekt hij z’n hoortoestel uit en legt het vragend in de hand van z’n moeder. ‘Is ‘ie op?’ vraagt de moeder en haar zoontje knikt. Moeder bijt op haar lip en neemt hem op schoot, zijn gezicht naar het hare. Te midden van de emotionele chaos legt ze hem in gebaren uit: ‘Je hoortoestel is niet op, je oortjes zijn op. Morgen gaan we naar jouw oortjesdokter.’ Het jongetje knikt.

 

Ruth Hartogs is gezinsbegeleider bij de afdeling Vroegbehandeling van de NSDSK en begeleidt gezinnen met een doof of slechthorend kind. In haar columns beschrijft ze waar ouders mee te maken krijgen en voor welke keuzes ze komen te staan. De columns zijn gebaseerd op werkelijke ervaringen, maar alle namen zijn vanwege de privacy gefingeerd.


Reacties

Er zijn nog geen reacties Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen