Gebarentaal

Aangezien niet alle klanken van de lippen af te lezen zijn, is het logisch dat doven gebruik maken van een taalvorm waarbij het gehoor en de stem geen rol spelen. In de gebarentaal staan de handen, het gezicht en de ogen centraal. Alles in een gebarentaal is zichtbaar. Elk land kent zijn eigen gebarentaal.

Niet universeel

Gebarentaal is niet universeel. Net als gesproken talen is er niet één gebarentaal die door iedereen gebruikt wordt. Elk land kent zijn eigen gebarentaal. Er kunnen zelfs verschillen zijn per regio. Zo gebruiken doven in Groningen soms andere gebaren voor hetzelfde begrip dan doven uit Amsterdam of Rotterdam.

Het kan wel zo zijn dat sommige gebarentalen op elkaar lijken. Dat komt omdat ze lid zijn van dezelfde taalfamilie. Net als het Nederlands familie is van het Duits, is de Nederlandse en de Amerikaanse Gebarentaal familie van de Franse Gebarentaal. De Britse Gebarentaal is weer familie van de Australische en de Nieuw Zeelandse Gebarentaal. De Britse en de Amerikaanse Gebarentaal lijkt weer helemaal niet op elkaar.

De Nederlandse Gebarentaal

De Nederlandse Gebarentaal (NGT) is de gebarentaal die Nederlandse doven gebruiken voor de onderlinge communicatie. Vanaf 1790 werd er voor het eerst les gegeven aan doven met gebaren. Dit gebeurde aan het Henri Daniel Guyotinstituut in Groningen. Honderd jaar later was de onderwijswereld echter van mening dat gebaren slecht zou zijn voor de taalontwikkeling van dove kinderen. In 1880 werd tijdens het tweede internationale congres van dovenonderwijzers in Milaan bepaald dat het gebruik van gebaren in het onderwijs aan doven verboden zou worden. Onderwijzers moesten lesgeven in gesproken taal. De dove leerlingen zouden de les moeten volgen door middel van spraakafzien.

Ook in Nederland werd gebaren verboden. Soms waren de onderwijzers zo streng dat ze lijfstraffen gebruikten om de kinderen het gebaren af te leren. Zo werden bijvoorbeeld de handen achter de rug gebonden. Of de kinderen werden op de handen geslagen als ze toch gebaren maakten. Doven bleven onderling echter wel communiceren in gebarentaal. Hierdoor ontstonden er verschillende varianten (dialecten) rondom de dovenscholen (Groningen, Rotterdam, Amsterdam, Voorburg en Sint Michielsgestel).

Na 1980 keerde het gebruik van gebarentaal in het openbaar weer geleidelijk terug in Nederland en het Nederlandse dovenonderwijs. Deze ontwikkeling werd sterk gestimuleerd door taalkundige onderzoeken waaruit bleek dat gebarentaal een volwaardige taal is. In 1995 werd op het Henri Daniel Guyotinstituut in Groningen voor het eerst het tweetalig onderwijs aan doven doorgevoerd. Al snel volgden de andere dovenscholen in Nederland ook.

Erkenning en standaardisatie

Sinds 1998 pleit Dovenschap voor de wettelijke erkenning van de NGT als volwaardige taal. Dit is belangrijk om dove mensen altijd het recht op tweetalig onderwijs te verschaffen. Op dit moment is de NGT geen wettelijk erkende taal. Er is wel sprake van maatschappelijke erkenning, doordat de overheid voorzieningen subsidieert. Ook raakt de NGT meer geaccepteerd in de samenleving doordat de taal meer zichtbaar is, bijvoorbeeld in de media of omdat er een tolk gebarentaal in een ‘postzegel’ onder een programma hangt.

Om tot een erkenning te komen, ging het Gebarencentrum zich via het STABOL-project (Standaardisatie Basis- en Onderwijslexicon) bezig houden met de standaardisatie van de NGT. Dit was van belang om al het onderwijs- en cursusmateriaal in Nederland met elkaar in overeenstemming te brengen. Inmiddels zijn er zo’n 5000 gebaren gestandaardiseerd. Ze zijn verkrijgbaar op dvd-roms en in het Van Dale Basiswoordenboek Nederlandse Gebarentaal, dat in 2009 uit werd gebracht.

Grammaticaal anders dan gesproken Nederlands

De NGT is een natuurlijke taal met een eigen lexicon en grammatica. Die grammatica is heel anders dan de grammatica van het gesproken Nederlands. In het gesproken Nederlands is de volgorde van een zin onderwerp-werkwoord-lijdend voorwerp: Jan pakt een boek. In de NGT is de volgorde van een zin onderwerp-lijdend voorwerp-werkwoord: Jan boek pakken.

Ook de beweging van de handen in de ruimte voor het lichaam speelt een grote rol in de grammatica van de NGT. Zo krijgt het werkwoord ‘geven’ een andere betekenis als je je hand bij het gebaar ‘geven’ van jezelf naar iemand anders beweegt dan wanneer je het gebaar van de ander naar jezelf beweegt. In het eerste geval betekent het ‘Ik geef aan jou’. In het tweede geval betekent het ‘Jij geeft aan mij’.

Gebarencafé

Om de gebarentaal te leren, worden in het hele land verschillende gebarencursussen aangeboden. Mensen die een gebarencursus volgen zijn vaak ouders van dove kinderen of gewoon geïnteresseerd in de NGT.

Ook bestaan er verschillende gebarencafés. Vaak worden die één keer per maand gehouden in een reguliere kroeg. Het verschil is dat er op zo´n avond veel gebarentaalgebruikers naar het café komen en dat er van het barpersoneel verwacht wordt dat ze in ieder geval de gebaren voor bier, wijn, fris en betalen weten. Het gebarencafé is dé ontmoetingsplek voor doven, zowel jong als oud. Wil je weten wanneer je binnenkort naar een gebarencafé kunt, kijk dan op www.gebarencafe.nl.

Bronnen: Stichting Nederlands Gebarencentrum en Doof of zo? Wegwijzer bij gehoorverlies


Gerelateerde artikelen