column: In Uganda – Engels leren

03-07-2017 algemeen

Eind mei is het tweede semester van dit schooljaar begonnen. Het schooljaar loopt hier gelijk aan het kalenderjaar. Ik ben nu officieel ‘assistent teacher’ in Primary 2. Dat is vergelijkbaar met groep 4 in Nederland. In onze klas is nog een assistent teacher, die het meeste lesgeeft. De daadwerkelijke leraar is minder aanwezig. Zo gaat dat hier; er wordt een verdeling gemaakt van het werk en alles is iets minder strikt.

Ik begin me steeds meer te verdiepen in het curriculum. Daar staat precies omschreven wat een kind moet leren in deze periode. Dat wij een dovenschool zijn, maakt niets uit. Vanuit de lokale overheid, die de docenten betaalt, wordt verwacht dat wij het normale programma draaien. Het blijft voor mij moeilijk om dat te begrijpen en te accepteren; onze dove kinderen hebben een enorme achterstand in het Engels. Eigenlijk beginnen ze helemaal vanaf de basis; elk woord leren ze door een plaatje, het gebaar en dan het geschreven Engelse woord. Sommige kinderen met hoorresten, spreken het woord ook uit. Maar daar is het onderwijs niet specifiek op gericht; spraakonderwijs krijgen ze hier niet.

Het valt me op dat we niet genoeg moeite doen om de kinderen de nieuwe woorden heel consequent aan te bieden. Daarom ben ik nu begonnen een aanpak te ontwikkelen. Een beetje zoals ik dat zelf van vroeger uit gewend ben: op maandag leer je nieuwe woorden, je oefent ermee gedurende de week, en op vrijdag krijg je een overhoring. Uit het curriculum kies ik de woorden die enigszins te leren zijn, waar ook plaatjes bij te vinden zijn. Je moet toch ergens mee beginnen. De afgelopen week was het thema voedsel. Op maandag en woensdag werken we vanaf het bord en moeten ze de woorden overschrijven in hun schrift. Andere dagen maken ze een werkblad.

En dan volgt op vrijdag de test. Ik was benieuwd hoe ze het zouden doen. Het resultaat valt tegen; van de 27 kinderen zijn er drie kinderen die de woorden echt beheersen. Voor vele anderen is het een ‘wake up call’. Dit hebben ze niet eerder meegemaakt. Ze weten dat ze de woorden hadden kunnen leren, ze hebben ze tenslotte de hele week gezien. Maar het was nog niet tot hen doorgedrongen hoe hard ze ervoor moeten werken om dit echt in hun hoofd te krijgen. Eén meisje is zelfs in tranen, teleurgesteld en beschaamd dat ze niets weet.

Het is nu spannend hoe het verder gaat. Hebben ze hiervan geleerd? Gaan ze het een volgende keer beter doen? Gelukkig krijgen ze de komende week wat makkelijkere woorden aangeboden. En daarna gaan we terug naar de woorden van afgelopen week. We zullen doorgaan, net zolang tot ze de basis er goed in krijgen. Want gewoon maar het curriculum volgen zonder dat de leerlingen ook maar iets begrijpen van wat ze overschrijven, dat heeft toch ook geen zin.

Mijn naam is Famke (Nakimuli) Wildeman, 37 jaar, en tolk Nederlandse Gebarentaal. Sinds de zomer van 2016 woon ik in Uganda. Ik werk daar als vrijwilliger op een dovenschool, Uganda School for the Deaf in Ntinda, in de hoofdstad Kampala. Ik geef les en ik zoek sponsors voor kinderen uit armere gezinnen. Ook onderhoud ik contacten met de tolken Gebarentaal.


Reacties

Er zijn nog geen reacties Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen