De geschiedenis van de Nederlandse Gebarentaal: het ontstaan, het verbod en de erkenning
Stel je voor: je zit op school en je mag je eigen taal niet gebruiken. Doe je dat toch, dan krijg je straf. Voor veel dove kinderen in Nederland was dat jarenlang de werkelijkheid. Gebarentaal – ooit begonnen als spontane communicatie tussen dove mensen – was ruim honderd jaar verboden op scholen. En pas in 2021 werd de Nederlandse Gebarentaal (NGT) een officiële taal in Nederland. We nemen je mee op een reis door de tijd.
Het eerste handalfabet in Europa
Eeuwenlang dacht men dat je taal alleen kon leren door die te horen. En werden dove mensen niet voor vol aangezien. In de Oudheid mochten zij bijvoorbeeld geen testament ondertekenen. Pas na de middeleeuwen veranderde dat beeld langzaam.
Een belangrijke rol speelde de Spaanse monnik Pedro Ponce de León. In zijn klooster gaf hij les aan dove kinderen. Hoewel hij zich vooral richtte op het leren spreken, gebruikte hij ook eenvoudige gebaren en ontwikkelde hij een handalfabet, gebaseerd op de gebaren die monniken tijdens stilteperiodes gebruikten. Dit alfabet maakte het mogelijk om woorden letter voor letter te spellen – een revolutionair idee in die tijd.
De geboorte van modern dovenonderwijs
Een grote doorbraak kwam in 1760 in Parijs. Daar richtte de Franse priester Charles-Michel de l’Épée de eerste openbare dovenschool ter wereld op. Hij ontdekte dat dove kinderen onderling al gebaren gebruikten en besloot die niet te verbieden, maar deze juist te bestuderen. Hij ontwikkelde vervolgens een volwaardige gebarentaal, met grammatica, voorzetsels en vervoegingen. Die taal werd de basis voor veel moderne gebarentalen wereldwijd.
De eerste dovenschool in Nederland
De ideeën uit Parijs bereikten ook Nederland. Predikant Henri Daniel Guyot bezocht de Franse dovenschool en was diep onder de indruk. In 1790 richtte hij in Groningen de eerste Nederlandse dovenschool op. Daarmee begon de geschiedenis van de Nederlandse Gebarentaal.
Later kwamen er nog vier dovenscholen in Nederland bij: in Amsterdam (Ammanschool), Rotterdam (Rudolf Mees Instituut, later Dr. M. Polanoschool), Leiden/Voorburg (Effatha) en Sint-Michielsgestel (Instituut voor Doven). Deze scholen vallen nu onder Auris of Kentalis.
Omdat de verschillende dovenscholen jarenlang weinig contact met elkaar hadden, waren er regionale verschillen. Gebaren in Groningen waren anders dan die in Amsterdam of Rotterdam. Die variatie is nog steeds terug te zien in de Nederlandse Gebarentaal.
Het jaar waarin gebaren verboden werden
En net toen het goed ging met de Nederlandse Gebarentaal, werd gebarentaal op scholen verboden. Tijdens een congres voor dovenonderwijzers in 1880 in Milaan werd besloten dat dove kinderen voortaan moesten leren spreken en liplezen. Het idee was dat zij zo beter voorbereid zouden worden op de horende maatschappij. Deze methode staat bekend als het oralisme.
Leerlingen mochten niet meer gebaren in de klas. Wie toch gebaarde, kreeg een tik op de vingers. Dove docenten verloren soms hun baan omdat zij gebarentaal gebruikten. Dit gebarenverbod duurde maar liefst een eeuw – tot ongeveer 1980.
Gesproken onderwijs
De gevolgen van het mondelinge onderwijs waren ingrijpend. Doordat dove en slechthorende kinderen geen les meer kregen in gebarentaal, maar uitsluitend in gesproken taal, hadden zij meer tijd nodig om de lesstof te begrijpen. Hierdoor liepen docenten achter op de planning. Daarnaast moesten leerlingen de woorden ook correct leren uitspreken, wat extra tijd kostte.
Toch is gebarentaal nooit verdwenen. Kinderen bleven met elkaar gebaren op het schoolplein, in de slaapzalen, buiten schooltijd en thuis.
Gebarentaal = volwaardige taal
Dove mensen wisten allang dat gebarentaal een echte taal was. Maar pas in 1960 leverde de Amerikaanse taalkundige William Stokoe daarvoor wetenschappelijk bewijs.
Zijn onderzoek liet zien dat gebarentaal geen verzameling is van losse handgebaren, maar een complete taal met een eigen grammatica en structuur, vergelijkbaar met gesproken talen. Hij deed hiervoor onderzoek aan Gallaudet University in Washington – de enige universiteit ter wereld voor dove en slechthorende studenten. Dat onderzoek veranderde wereldwijd de kijk op gebarentaal.
Gebaren mogen weer terug de klas in
Vanaf de jaren 70 werd gebarentaal weer mondjesmaat toegestaan op scholen. Steeds meer onderzoekers, docenten en ouders beseften dat dove kinderen het beste leren wanneer zij toegang hebben tot een taal die volledig aansluit bij hun manier van communiceren.
Gebarentaal kreeg zo weer een plek in het onderwijs. Er werden opnieuw dove en slechthorende docenten aangenomen en leerlingen mochten alle non-verbale middelen inzetten die de communicatie makkelijker maakte, zoals gebaren, pictogrammen, schrijven en lichaamshouding. Dit werd Totale Communicatie genoemd.
Van woordenboek tot erkenning
In 1998 pleitte Dovenschap – de belangenorganisatie voor doven in Nederland – voor de erkenning van de Nederlandse Gebarentaal als officiële taal. Dat verzoek werd afgewezen door de overheid. Een vereiste om als volwaardige taal erkend te worden, is dat er één standaard gebarentaal is vastgelegd.
Zo ontbrak er een basislexicon: een overzicht van de belangrijkste gebaren die gebruikt worden in de Nederlandse Gebarentaal. Zo’n overzicht is belangrijk voor het maken van lesmateriaal, woordenboeken en opleidingen voor tolken.
Het eerste online gebarenwoordenboek
Tussen 1998 en 2002 startte het Nederlands Gebarencentrum daarom een bijzonder project: STABOL (Standaardisatie van het Basis- en Onderwijslexicon). Met als doel om de meest gebruikte gebaren uit heel Nederland te standaardiseren.
Dat was nog niet zo eenvoudig. In verschillende delen van het land werden vaak andere gebaren gebruikt voor hetzelfde woord. Zo had het woord ‘vriend’ in Groningen een ander gebaar dan in Sint-Michielsgestel. Uiteindelijk werden ongeveer 5.000 gebaren verzameld.
Deze gebaren kregen een plek in een online – en inmiddels gratis toegankelijk – gebarenwoordenboek. Voor het eerst was er een uitgebreid overzicht van de Nederlandse Gebarentaal dat door iedereen gebruikt kon worden. Door de jaren heen is dit aantal uitgegroeid tot meer dan 20.000 Nederlandse gebaren.
In 2008 kwam bovendien het Corpus NGT online: honderden uren aan video-opnames van gesprekken tussen Nederlandse doven. Hiermee konden taalkundigen de grammatica, woordenschat en variaties binnen de gebarentaal bestuderen.
Eindelijk: erkenning van de Nederlandse Gebarentaal
Na tientallen jaren lobbyen werd de Nederlandse Gebarentaal op 1 juli 2021 dan eindelijk erkend als derde officiële taal van Nederland, naast het Nederlands en het Fries. Een historisch moment in de geschiedenis van NGT.
Dat betekent dat dove en slechthorende mensen zich in alle situaties mogen uiten in hun moedertaal – de Nederlandse Gebarentaal. En dat de overheid belangrijke informatie moet vertalen naar NGT, bijvoorbeeld bij calamiteiten, persconferenties en journaals.
Wil je meer weten over hoe de erkenning tot stand kwam? Bekijk dan het uitgebreide interview met Corrie Tijsseling en Eva Westerhoff, de initiatiefnemers van de NGT-wet.
Wil je meer weten over de Nederlandse Gebarentaal? Check onze website www.doof.nl/ngt.