Vijf jaar NGT-erkenning: Corrie Tijsseling en Eva Westerhoff blikken terug
Op 1 juli 2021 werd de Nederlandse Gebarentaal (NGT) officieel de derde taal in Nederland. Maar achter die fantastische mijlpaal schuilt een jarenlang traject van lobbyen, schrijven, overtuigen – en vooral: niet opgeven. Vijf jaar later blikken initiatiefnemers Eva Westerhoff en Corrie Tijsseling terug. Op de successen, de frustraties en de betekenis van deze NGT-wet voor toekomstige generaties.
Bekijk het interview in gebarentaal via deze twee video’s, of lees de bewerkte tekstversie onderaan.
Hoe het begon
Eerst even voorstellen: Eva Westerhoff is adviseur inclusie en toegankelijkheid en oud-voorzitter van Dovenschap, en Corrie Tijsseling is historisch filosoof/pedagoog en eveneens oud-voorzitter. Samen hebben ze er keihard voor geknokt dat de NGT erkend werd. En nu de NGT-wet vijf jaar bestaat, willen we daar bij Doof.nl alles over weten. Gelukkig zijn Eva en Corrie bereid om hun herinneringen met ons te delen.
We trappen af met de eerste vraag. Hoe zijn jullie überhaupt bij deze wet betrokken geraakt? Corrie kijkt Eva aan en zegt lachend: ‘Jouw schuld!’ Eva vertelt: ‘In 2013 werd ik voorzitter van Dovenschap. Ik ontdekte toen dat er al 30 jaar voor erkenning van NGT werd gelobbyd – maar dat het stil was komen te liggen.’ Ze zag dat er kansen lagen en besloot om dit project op te pakken.
Niet veel later haakte Corrie aan. Zij raakte enthousiast toen Eva haar vertelde over het idee van een taalwet voor NGT.
Een andere invalshoek
De doorbraak kwam toen in 2016 het VN-verdrag Handicap werd geratificeerd. Hierin werd specifiek de erkenning van gebarentalen genoemd. ‘Toen beseften we: dit is hét moment om de erkenning van de Nederlandse Gebarentaal te realiseren,’ aldus Eva.
Maar waarom lukte het nu wél, na decennia van mislukte pogingen? In plaats van te focussen op belemmeringen voor dove mensen (op het gebied van onderwijs, zorg, etc.), kozen Corrie en Eva voor een andere invalshoek. Namelijk de erkenning van de taal zelf.
Ze lieten zich hierbij inspireren door de Friese Taalwet: ‘Die wet is heel goed geschreven. Wij hebben deze overgenomen en aangepast voor NGT.’ Dit deden ze onder meer samen met Carla Dik-Faber van de ChristenUnie.
70 uur per week
Het was een intensief proces. Naast hun fulltime banen werkten Eva en Corrie 24/7 aan de wet. ‘We waren continu met elkaar aan het appen en mailen, en gingen elke week naar Den Haag met de trein,’ vertelt Eva. Daarbovenop kwamen nog de overleggen met politici, interviews, social media-updates en eindeloze schrijfwerkzaamheden. ‘Ik denk dat wij soms wel 70 uur per week bezig waren,’ zegt Corrie. ‘Er waren momenten waarop ik dacht: laat maar,’ geeft Corrie toe. ‘Maar ik zag toch dat we een goede kans van slagen hadden, dus ik heb volgehouden.’
Naast aanmoediging kwam er ook kritiek vanuit de dovengemeenschap. Sommige mensen wilden dat onderwerpen als tolken en ondertiteling direct in de wet werden opgenomen. ‘Maar dat kon niet,’ legt Corrie uit, ‘omdat het een taalwet is.’
‘Vijf jaar lang een blauw been’
Een belangrijk onderdeel van het traject was het overtuigen van politici en ambtenaren. Dat moest in hele korte gesprekken gebeuren. ‘We kregen vaak maar twintig minuten,’ vertelt Eva. ‘Wij bereidden ons daarom van tevoren extra goed voor om alles uit die twintig minuten te halen.’
En daarbij hoorde ook een bijzondere vorm van communicatie onder tafel. ‘Ik heb vijf jaar lang een blauw been gehad!’ lacht Corrie. En tegen Eva: ‘Omdat jij mij elke keer onder de tafel schopte!’ Wanneer Corrie te lang aan het woord was of haar gezicht boekdelen sprak tijdens gesprekken, kreeg ze een subtiel seintje van haar collega. ‘Dan schopte je me weer dat ik het kort moest houden.’
Historisch moment in de Tweede Kamer
Het absolute hoogtepunt kwam in 2020, tijdens de behandeling van de wet in de Tweede Kamer. Voor het eerst werd er gedebatteerd over de Nederlandse Gebarentaal, met tolken erbij. ‘Dat was nog nooit eerder gebeurd,’ zegt Eva. ‘Echt top!’
‘Tijdens het stemmen zaten wij vol spanning toe te kijken,’ herinnert Corrie zich. Toen kwam het verlossende nieuws: de wet werd unaniem aangenomen. ‘Tranen!’ reageert Eva. ‘Daarna gingen we met de roltrap naar buiten. Met gejuich en applaus!’
Wat heeft de wet opgeleverd?
Vijf jaar later zien beide initiatiefnemers duidelijke resultaten. ‘NGT zit nu in het nieuwe onderwijscurriculum als vak,’ zegt Corrie. ‘Net zoals wiskunde, Nederlands en Engels.’ Ze voegt eraan toe dat NGT volgend jaar zelfs een verplicht vak wordt in het speciaal onderwijs. Daarnaast ziet zij meer bewustwording bij overheden. ‘Meer politieke partijen zetten een tolk Nederlandse Gebarentaal in, omdat dove mensen daarom vragen én omdat het in de wet staat.’
Maar misschien nog belangrijker is de verandering in zelfbewustzijn. Eva vertelt over een ontmoeting die haar raakte: ‘Laatst gebaarde een doof kind naar mij: “Gebarentaal is mijn recht.”’ Ze glimlacht nog steeds als ze eraan denkt. ‘Ik was zo blij en trots dat een doof kind dat zei.’
Waarom voelt niet iedereen verandering?
Toch zijn er ook dove mensen die zeggen dat de erkenning weinig heeft veranderd. Dat begrijpt Eva ook. ‘De maatschappij is zeer auditief gericht,’ zegt ze. ‘Er zijn nog veel zaken die verbeterd moeten worden.’ Volgens haar was de taalwet nooit bedoeld als oplossing voor alle problemen. ‘Wij hebben specifiek gekozen om in te zetten op een taalwet. Dat stuk is behaald.’
Corrie haakt hierop in: ‘De wet is de eerste stap. De principes moeten worden doorgevoerd in andere wetten, zoals de Mediawet of zorgverzekeringswet.’ Ze hopen dat het adviescollege dit verder oppakt en concrete adviezen geeft. Zoals gratis NGT-lessen voor ouders van dove kinderen. En verplichte gebarentolken op NPO1 en NPO2, zodat dove kinderen gebarentaal zien op televisie.
Een zaadje dat verder moet groeien
Beiden benadrukken dat de erkenning niet het eindpunt is. ‘Wij hebben nu een klein zaadje geplant en dat moet nog groeien,’ zegt Corrie. Daarvoor is volgens haar ook inzet van de gemeenschap nodig. ‘Gebarentaalgebruikers moeten niet passief zijn. Je moet niet afwachten, maar opkomen voor jezelf.’
Eva sluit zich daarbij aan. De erkenning heeft volgens haar iets fundamenteels veranderd: de status van de taal. ‘Het is een status van trots zijn op je eigen identiteit.’ Vijf jaar na de erkenning kijken beide initiatiefnemers daarom met trots terug. Niet omdat alles bereikt is, maar omdat er een basis ligt waarop verder gebouwd kan worden.
Of zoals Corrie het samenvat: ‘Gebarentaal is nu officieel de derde taal van Nederland. Vroeger kon je je dat niet voorstellen. Ik zie dat echt als een overwinning.’
Wil je meer weten over de Nederlandse Gebarentaal? Check onze website www.doof.nl/ngt.