Harry Knoors vertelt: `Gebaren, woorden en CI`

02-06-2011 algemeen

Over communicatie in gebaren met dove kinderen is van oudsher veel te doen geweest. Er waren altijd wel pedagogen te vinden, die vreesden voor negatieve effecten van gebaren op de gesproken taalontwikkeling. Niet dat daar ook maar enige evidentie voor was, integendeel.

Bij dove kinderen met een cochleair implantaat ligt dat mogelijk wat anders. Het zou kunnen, zo is de redenering, dat gelijktijdige auditieve waarneming van spraak en van visuele waarneming van gebaren bij kinderen met een implantaat een te groot beroep doet op het werkgeheugen en daarmee het leren van gesproken taal bemoeilijkt. Nu zijn er inderdaad aardig wat onderzoeken die laten zien dat CI kinderen in een orale omgeving gemiddeld genomen beter gesproken taal verwerven, dan kinderen waarbij ook gebaren of gebarentaal gebruikt worden. Het omgekeerde effect wordt ook gevonden, maar in minder studies en bij minder kinderen. Toch kun je aan deze onderzoeken nauwelijks conclusies verbinden. In deze studies worden steeds groepen CI kinderen met elkaar vergeleken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat het enige verschil tussen deze groepen het al dan niet gebruiken van gebaren is. Maar deze aanname blijkt zelden te kloppen. Bijna altijd is het zo dat de CI kinderen in een orale omgeving hoger opgeleide ouders hebben, uit gezinnen komen met meer welstand, minder vaak tot een etnische minderheid behoren en op scholen met beter presterende klasgenootjes zitten. Anders gezegd, de negatieve effecten kunnen net zo goed door andere factoren veroorzaakt worden.

Marcel Giezen (Universiteit van Amsterdam) heeft het in zijn onlangs verschenen proefschrift veel slimmer aangepakt. Hij heeft binnen een groep van 15 op jonge leeftijd geïmplanteerde Nederlandse en Vlaamse kinderen van 5 en 6 jaar zowel de perceptie van gesproken woorden als van gebaren onderzocht. In een aantal intrigerende experimenten. Waarbij het ging om het gebruik van gebaren in combinatie met gesproken woorden, dus om bimodaal taalgebruik (NmG). Hij borduurt daarbij voort op onderzoek waarin is aangetoond dat gesticulaties horende kinderen en volwassenen helpen bij de waarneming en het begrip van gesproken taal. Dit wordt wel het redundantie effect genoemd. Doordat in de hersenen zowel het woord als de gesticulatie gelijktijdig geactiveerd worden, is het mogelijk sneller accuraat het woord te herkennen en te begrijpen. En Giezen bouwt op onderzoek waarin Hannah Mollink, Daan Hermans en ik bij matig tot ernstig-slechthorende kinderen hebben aangetoond dat gebruik van gebaren in woordenschattraining tot grote, positieve effecten leidt.

Wat vindt hij? Bij de onderzochte CI kinderen kan geen negatief effect van gebaren op de waarneming van woorden aangetoond worden. Er is geen interferentie. Bij die kinderen die met NmG onderwezen worden wordt juist een positief effect gevonden van de gebaren. Niet bij alle woorden, maar vooral als woorden herkend moeten worden die qua spraak maar heel weinig van elkaar verschillen. Zoals /boot/ en /boos/. Als je een van deze worden hoort dan is er in onze hersenen even competitie tussen de verschillende qua spraak op elkaar lijkende woorden. Marcel Giezen denkt dat het gebruik van spraakondersteunende gebaren CI kinderen in staat stelt sneller op de juiste wijze deze competitie te beëindigen en dus sneller het goede woord te kiezen.

Wil je reageren op mijn verhaal? Stuur mij dan een e-mail h.knoors@kentalis.nl of tweet @knoorskentalis

Bron: Kentalis.nl


Reacties

Er zijn nog geen reacties Reageer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen

Doof.nl maakt gebruik van cookies.

Doof.nl gebruikt vier soorten cookies.

Lees meer

Deze cookies zorgen ervoor dat de website goed werkt.

Lees meer

Wij gebruiken programma's die het gedrag van bezoekers op onze website volgen, zoals Google Analytics.

Lees meer

Op onze websites staan YouTube-filmpjes. Wanneer je deze wilt afspelen, dan moet je de cookies accepteren. YouTube slaat dan cookies op op jouw computer. Daarnaast hebben we een cookie van Facebook, Twitter en Instagram op onze website staan. Dat betekent dat deze sociale media je op onze website kunnen volgen. Op onze website vind je advertenties. Google kan bekijken welke advertenties jij ziet.