Praten met doven

21-08-2007 algemeen

Cas van Kleef (19) reist de wereld over. Hij krijgt 50 euro per dag, waarmee hij zichzelf en mensen in zijn omgeving moet helpen.

Paramaribo. Op de veranda van mijn guesthouse lig ik in een hangmat een Privé uit 2003 door te balderen. Dan toont een jongen mij een schriftje waarin staat: “Hallo! Wat doe jij hier?” Hij wijst naar zijn oor: “Ik ben doof.” Ik schrijf over mijn reis en vraag wat hij doet. “Ik ga hier samen met een groepje dove jongeren vrijwilligerswerk doen”, pent hij. Hij heet Rico (27) en komt uit Amsterdam en schrijft dat hij met andere dove Nederlanders gaat helpen op een internaat voor dove Surinaamse kinderen. Ze organiseren sportdagen en geven seksuele voorlichting. Praten over seks ligt gevoelig in Suriname.

Ik neem een kijkje op de sportdag op de Kennedyschool, het doveninternaat en ga naast een meisje met een beenblessure zitten. Met wat gebaren vertel ik dart ik het handalfabet heel moeilijk vind. Het Surinaamse meisje lacht en gaat langzaam langs het a.b.c. van handgebaren. Ik merk dat ze zelf ook moeite heeft met de letters.

Martine (23) is een doof meisje van Rico`s groep. Via een doventolk praat ik over de dovenschool. Martine: “Veel kinderen hebben het geesteljik niveau van iemand van de helft van hun leeftijd. De docenten kennen amper gebarentaal en als wij aan de kinderen vragen of ze begrijpen wat de docenten zeggen, schudden ze vaak nee.”

Martine vertelt over hoe men in Suriname doven ziet. “Surinamers zien ze als dom en houden ze dom. Er wordt op ze neergekeken. En de doven gaan zelf geloven dat ze niks kunnen. En de docenten doen geen moeite voor de kinderen, ze zijn niet in ze geïnteresseerd.”

Twee weken later, aan het einde van het project van de dove Nederlanders, vraag ik Rico of hij een goed gevoel heeft overgehouden. “Het is een hele goede ervaring geweest, al heb ik niet het gevoel dat we iets duurzaams hebben achtergelaten. Daar is twee weken te kort voor. Voor de kinderen was het goed. Ze wilden de hele tijd met ons praten en hadden het gevoel dat ze hun verhaal kwijt konden.”

Ik was op deze wereldreis vaak gefrustreerd omdat ik zo weinig kon betekenen. Maar waarom heb ik dan wel een goed gevoel over het vrijwilligerswerk van Rico en Martine? Omdat ze, net als de mensen die ze proberen te helpen, doof zijn. Ze hebben al een opleiding gehad: gebarentaal. En alleen hun aanwezigheid hier is al van onschatbare waarde. De Surinaamse dove kinderen weten nu dat ze zich niet hoeven te schamen. Ik heb daarentegen wel een nare smaak overgehouden aan de manier waarop docenten met de dove kinderen omgaan. Een paar dagen later praat ik met Hilde van de Stichting Projecthulp Suriname, waar ik vorige week was. Zij zegt: “Je moet wel beseffen dat geen van de zusters of docenten een sepciale opleiding heeft gehad.” Ze werken hier dus met meervoudig gehandicapten of doven zonder enige vorm van opleiding? Hilde: “Ja, want als je hier een goede opleiding hebt gehad, vertrekt je meteen naar Nederland, waar je tien keer zoveel betaald krijgt. De mensen hier zijn de enigen die bereid zijn om dat voor een schijntje te doen.”

Ik was eerst boos op die zusters en docenten. Nu ik dit besef, twijfel ik of die boosheid juist was. Maar de vrouwen deden niet hun best om in die kinderen te investeren. Hoe meer vrijwilligster Michelle zich inzette hoe minder de zusters deden. Wellicht valt dáár iets aan te veranderen.

Dit is een bekorte versie van een column op www.spunk.nl.

Bron: NRC Handelsblad, 18 augustus 2007.

– Klik op www.spunk.nl/article/article.php?id=1186776887769 voor de hele column.
– Lees het blog van de Dove Bonen op Reis op: DoveBonenOpReis.waarbenjij.nu.
– Ga naar www.dovebonenopreis.nl voor meer info over het project van de Dove Bonen op Reis.


Reacties

Er zijn nog geen reacties Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen