Geschiedenis dovenonderwijs nu opgenomen in Archiefbank Amsterdam

04-02-2019 onderwijs

Wist je dat de leerplicht voor dove en slechthorende kinderen pas in 1947 ingevoerd werd en dat de ‘Vereniging voor Doofstommenonderwijs in Amsterdam’ daar al vanaf 1910 mee bezig was? Dit en meer interessante feiten over de geschiedenis van het dovenonderwijs, vind je vanaf nu in de Archiefbank van Amsterdam.

In 1910 werd de ‘Vereniging voor doofstommenonderwijs te Amsterdam’ opgericht door professor Hendrik Burger. Burger was kno-arts en bijzonder geïnteresseerd in doofheid en hardhorendheid bij kinderen. Hij was groot voorstander van de leerplicht, zodat zij ‘zich tot zelfstandige en nuttige leden van de maatschappij kunnen ontwikkelen.’

Leerplicht

Burger opent op maandag 3 april 1911 de schooldeuren voor vierentwintig dove kinderen. In 1914 richt hij een school op voor slechthorende kinderen. Voor speciaal onderwijs geldt in die tijd nog geen leerplicht, maar met de komst van deze twee scholen ontstond er wel een mogelijkheid voor dove en slechthorende kinderen om naar school te gaan. Ouders waren hier heel blij mee, omdat hun kinderen voorheen alleen in Groningen, Rotterdam, Leiden of Sint-Michielsgestel terecht konden voor onderwijs. Zij kozen er daarom vaak voor om de kinderen thuis te houden.

J.C. Ammanschool

Door het grote succes en het stijgende leerlingenaantal verhuist de school naar twee nieuwe locaties. Na een aantal verhuizingen en inmiddels twee locaties, wordt er tot 1976 lesgegeven aan de Binnenkant en het J.D. Meijerplein. In 1928 verandert de naam naar J.C. Ammanschool, vernoemd naar Conrad Amman, die zich inzette voor spraakles voor doven. Pas in 1947 wordt de leerplicht ook voor het speciaal onderwijs ingevoerd.

Archiefbank Amsterdam

In de Archiefbank van Amsterdam vind je meer informatie over de geschiedenis van het dovenonderwijs. Bovendien vind je er een persoonlijk archief van professor en spraakleraar Hendrik Burger en van de directeur van de school (1937-1944) Marinus van der Zanden.  

De Archiefbank is gelegen aan de Vijzelstraat 32 te Amsterdam en is dinsdag t/m vrijdag geopend van 10:00-17:00 uur en in het weekend van 12:00-17:00 uur.

Kijk op www.amsterdam.nl voor de actuele openingstijden en verdere informatie.


Reacties

Er zijn 2 reacties Bekijk

In Sint Michielsgestel is in de jongenskapel van het voormalige Instituut voor Doven, thans Kentalis, het Museum voor Dovenonderwijs gevestigd.
Hier is in een aantal stijlkamers de ontwikkeling van het dovenonderwijs in Nederland uitgebeeld.
Adres: Kentalis
Theerestraat 42
5271 GD Sint Michielsgestel
tel: 06-12343897

Beantwoord
Henk Betten, vrijwillge bibliothecaris van Koninklijke Kentalis te Haren

Amsterdam had al in de 19e eeuw dovenonderwijs!
FOKKE IJNTES KINGMA, de vergeten pionier van het dovenonderwijs 1863 – 1883
Door Henk Betten

Amsterdam had al in de 19e eeuw dovenonderwijs!
De ontdekking deed mevr. Ingrid Jansen, oud-leerlinge van J.C. Ammanschool te Amsterdam (voormalige school van Kentalis Signis) tijdens een onderzoek over een ander onderwerp.
Het lijkt mij goed de heer Kingma in de schijnwerpers te laten plaatsen.
Fokke IJntes Kingma is op 30 november 1813 te Wolvega in Friesland geboren en in Haarlem
doorloopt hij de kweekschool voor onderwijzers.
Hij sticht eerst in 1858 de ‘Algemeene Supplementschool’, een school voor spraakgebrekkige en daardoor achterlijke kinderen te Amersfoort. Deze is in de volksmond ‘bewaarschool’ genoemd.
In zijn artikel zegt Bosma:
“Kingma’s school in Amersfoort is ten onrechte toegeschreven aan de geschiedenis van het speciaal onderwijs. Zij behoort mijns inziens tot de geschiedenis van het bewaarschoolonderwijs, waarin ze weliswaar een unieke plaats inneemt voor wat betreft onderwijs en opvoeding aan deze kinderen.”
In mei 1862 wordt deze school naar Amsterdam verplaatst. Het adres zou zijn: op de hoek Prinsengracht 500 of 514 / Leidsekruisstraat 2.
In 1876 verschijnt Euphonie een artikel over het werk van Kingma:
“Leerwijze om kinderen gelijktijdig te leeren lezen en schrijven, naar zich zeven verklarende klankvoorstellingen, waaraan voorafgaat: Proeve van Spraakgymnastiek voor bepaalde organen (Spreekversjes). Deze werkjes bevatten dezelfde soort artikulatiën en leesoefeningen als voorkomen in het ‘Klankblazen’ en ‘Spraaktoonen’ echter met dit verschil, dat de lettervorm groter is en de zuivere schrijfletter wordt gebezigd, terwijl de letters, die een woord samenstellen niet naast, maar onder elkaar zijn geplaatst. Er is ook te lezen over de wijze van inrichting van het instituut in 1864:
klasse, naaikamer, ziekenkamer, slaapzalen, keuken en speelplaats. De kostleerlingen werden door de direktrice verpleegd. Een biezondere klasse bestond er voor leerlingen, welke afzonderlik
moesten genomen worden en die grote tekenstukken vervaardigden.
Regelmatig deden de kinderen wandelingen.
Daarbij werden ze bij het zien van (gewassen, dieren, mensen, verrichtingen enz.) opmerkzaam gemaakt, en aangespoord in gepaste, logiese zinnen hun gevoelens
uit te drukken.”
In het boek: “Fokke IJntes Kingma” is te lezen:
“In het Gemeenteblad, Afdeling I Bijlage G. vinden wij het verslag van de plaatselijke kommissie van toezicht op het middelbaar onderwijs te Amsterdam over het jaar 1868, hetwelk het volgende bevat:
“De school voor spraakgebrekkigen en doofstommen van den Heer IJntes Kingma. 2) Het onderwijzend personeel op deze school onderging in dit jaar geen verandering.
Het aantal verplegende kinderen bedroeg volgens opgaaf in Mei 40 leerlingen. Daarvan waren
21 kinderen met spraakgebrek
15 kinderen doofstom
4 kinderen achterlik
In November waren op de school 33 kinderen want volgens opgave waren er 7 spraakgebrekkige kinderen hersteld en deerhalve ontslagen.”
Zijn naam is vooral bekend gebleven omdat hij de verslagen van zijn school liet drukken en een leesmethode heeft uitgegeven. Hij ontwikkelde lees- en spraakmethodes die behalve voor doofstomme en spraakgebrekkige kinderen ook geschikt waren voor achterlijke kinderen. Aan de school werd ook een internaat verbonden zodat ‘kostgelden van verpleegden’ ook een bron van inkomsten werden (Bosma, 1989, 353).
Na het overlijden van Kingma in 1883 is de school nog enige tijd voortgezet door zijn beide zoons. In 1886 is zij gesplitst in een afdeling uitsluitend voor spraakgebrekkigen te Amsterdam onder leiding van den heer J. L. Kingma en een afdeling voor achterlijke en zenuwzwakke kinderen te Brummen onder leiding van den heer F. Kingma. Beide scholen zijn na enige jaren opgeheven.

Beantwoord

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen