Feit of fabel: ‘Gebarentaal is toch wereldwijd hetzelfde?’
Veel mensen denken dat er één universele gebarentaal bestaat. Logisch misschien, maar het klopt niet. Wist je dat de Vlaamse Gebarentaal heel anders is dan de Nederlandse? En dat de Amerikaanse Gebarentaal nauwelijks lijkt op de Britse? Toch bestaat er óók een manier waarop dove mensen uit verschillende landen met elkaar kunnen communiceren. Hoe zit dat precies?
Nederlandse en Vlaamse Gebarentaal
Wereldwijd bestaan er meer dan honderd verschillende gebarentalen. En nee, bij iedere gesproken taal hoort niet automatisch een gebarentaal. Zo wordt er Nederlands gesproken in zowel Nederland als Vlaanderen, maar zijn de Nederlandse en Vlaamse Gebarentaal heel verschillend. Ze zijn allebei namelijk ontstaan uit eigen regionale dialecten.
In Nederland werden vanaf de 18de eeuw vijf dovenscholen opgericht (in Groningen, Rotterdam, Amsterdam, Voorburg en Sint-Michielsgestel). In die tijd reisden mensen veel minder dan nu. Daardoor ontwikkelde zich rond iedere school een eigen gebarendialect.
Ook de Vlaamse Gebarentaal kent vijf regionale dialecten. Deze komen grofweg overeen met de provincies van Vlaanderen en de verschillende dovenscholen. Men spreekt dus over de Antwerpse, Limburgse, West-Vlaamse, Oost-Vlaamse en Vlaams-Brabantse variant van de Vlaamse Gebarentaal.
Inmiddels zijn er naast al die dialecten ook een standaard Vlaamse Gebarentaal (VGT) en Nederlandse Gebarentaal (NGT). Toch kunnen dove mensen uit Nederland en Vlaanderen elkaar wel vaak deels begrijpen. Dat komt doordat hun gebarentalen historische overeenkomsten hebben – ze hebben allebei invloeden uit de Oud-Franse Gebarentaal. Ook is er veel contact tussen de beide dovengemeenschappen.
Amerikaanse vs. Britse Gebarentaal
Ook Engelssprekende landen delen niet automatisch dezelfde gebarentaal. Zo lijkt de Amerikaanse Gebarentaal (ASL) nauwelijks op de Britse Gebarentaal (BSL), maar heeft deze gek genoeg wél overeenkomsten met de Franse Gebarentaal (LSF). Hoe zit dat?
Ook dat heeft alles te maken met de geschiedenis. In de 19de eeuw richtte de Franse dove docent Laurent Clerc (samen met Thomas Gallaudet) de eerste dovenschool van Noord-Amerika op. Hij bracht de Oud-Franse Gebarentaal mee naar de Verenigde Staten, waar die zich vermengde met bestaande lokale gebaren.
Zo ontstond uiteindelijk de Amerikaanse Gebarentaal. De Britse Gebarentaal ontwikkelde zich juist grotendeels onafhankelijk.
Hoe communiceren dove mensen wereldwijd?
Toch betekent dit niet dat dove mensen uit verschillende landen niet met elkaar kunnen communiceren. Bij internationale sportevenementen en andere bijeenkomsten maken zij vaak gebruik van International Sign (IS) – in feite het Esperanto van de dovengemeenschap.
International Sign is geen moedertaal en ook geen officiële wereldwijde gebarentaal. Het is meer een communicatiesysteem. Er worden gebaren gebruikt die relatief bekend zijn binnen de internationale dovengemeenschap, aangevuld met mimiek, lichaamstaal en visuele uitleg. Daardoor kunnen dove mensen uit verschillende landen vaak verrassend uitgebreide gesprekken voeren, ook als zij elkaars moedertaal niet kennen.
Je kunt het vergelijken met het eenvoudige Engels dat reizigers gebruiken wanneer zij geen gemeenschappelijke taal spreken. Het werkt prima om elkaar te begrijpen, maar het biedt niet de nuance en complexiteit van de eigen moedertaal. Voor de meeste dove mensen blijft hun eigen gebarentaal dan ook de taal waarin zij zich het makkelijkst en meest volledig kunnen uitdrukken.
Verdwenen gebarentalen
Niet alle gebarentalen bestaan vandaag de dag nog. Sommige zijn in de loop van de geschiedenis verdwenen. Een bijzonder voorbeeld is Martha’s Vineyard Sign Language (MVSL). Deze gebarentaal werd gebruikt op het eiland Martha’s Vineyard, voor de kust van de Amerikaanse staat Massachusetts.
Door een erfelijke vorm van doofheid kwamen op het eiland veel meer dove mensen voor dan gemiddeld. In sommige dorpen was zelfs 1 op de 25 inwoners doof, en in een deel van de stad Chilmark liep dat ooit op tot ongeveer 1 op de 4 inwoners.
Vrijwel iedereen op het eiland – doof én horend – leerde daarom gebarentaal. Gebaren waren zo vanzelfsprekend dat ook horenden onderling ze regelmatig gebruikten. Doof zijn vormde nauwelijks een belemmering om mee te doen aan het dagelijks leven, op school, op het werk of in de kerk.
In de 19de eeuw veranderde dat. Steeds meer dove kinderen gingen naar dovenscholen op het Amerikaanse vasteland, waar zij de Amerikaanse Gebarentaal leerden. Ook verhuisden steeds meer eilandbewoners naar het vasteland en kwamen er nieuwe bewoners naar Martha’s Vineyard. Halverwege de 20ste eeuw was Martha’s Vineyard Sign Language volledig uitgestorven.
Een wereld vol gebaren
Gelukkig worden andere gebarentalen nog volop gebruikt. In steeds meer landen wordt gebarentaal bovendien erkend als officiële taal. Bijvoorbeeld in Brazilië (2002), België (Frans-Belgische Gebarentaal 2003; Vlaamse Gebarentaal 2006), Nieuw-Zeeland (2006), IJsland (2011), Nederland (2021) en het Verenigd Koninkrijk (2022).
Gebarentaal is dus allesbehalve universeel. En juist die verscheidenheid maakt het zo bijzonder. Want achter iedere taal schuilt een eigen geschiedenis, cultuur en dovengemeenschap.
Wil je meer lezen over gebarentaal? Ga dan naar doof.nl/ngt.