`Je werk lijdt onder de bureaucratie`

30-04-2006 algemeen

Keel-, neus- en oorarts Gerard van Ardenne (65) neemt deze week na 33 jaar afscheid van collega`s en patienten in het Medisch Spectrum Twente. Het vak is niet ingrijpend veranderd in al die tijd, wel de positie van de dokter. `Je hebt autoriteit nodig om vertrouwen te winnen.`

ENSCHEDE – Op de foto wil hij graag met de voorhoofdspiegel op, een hulpmiddel om de gehoorgang of de neus- en keelholte te verlichten. Een beetje een ouderwets ding: Gerard van Ardenne is één van de laatste kno-artsen die de spiegel nog gebruikte. Niet uit hang naar nostalgie, maar omdat het in 1841 uitgevonden instrument prima voldoet bij het eerste visuele onderzoek. Net als de stemvorkproef, de drukmeting, de hoortest en het trommelvliesbeeld, dat hij met behulp van de microscoop beoordeelt. Het zijn technieken die hij als jonge kno-arts leerde en waarmee hij nog steeds een goede diagnose kan stellen. Bij jongere collega`s ziet hij ze een beetje uit de gratie raken. `Steeds meer diagnoses worden bevestigd met behulp van een MRI-scan. Het lijkt wel alsof je door een MRI beter wordt, maar dat is natuurlijk niet zo. Als je met een scan iets kunt zien wat je anders niet kan zien, moet je hem zeker gebruiken. Maar als de behandeling niet wordt beïnvloed door een MRI, dan moet je hem niet maken, ook uit kostenoverwegingen. Je moet niet het probleem in beeld brengen, maar de patiënt beter maken. En dat kan alleen maar met een operatie, medicijnen of hulpmiddelen. Er worden nu te pas en te onpas onderzoeken gedaan, zodat patiënten achteraf niet kunnen zeggen: de dokter had ook meer onderzoeken moeten doen. Maar dat is defensieve, op angst gebaseerde geneeskunde. Als je ervaring en een goede naam hebt, kun je je permitteren om er op een minder defensieve manier mee om te gaan.`

Van Ardenne werd geboren in Den Haag en studeerde geneeskunde in Leiden. `Het idee dat je mensen beter kon maken was mijn belangrijkste drijfveer. De keel-, neus- en oorheelkunde trok me, omdat je daarin je manuele vaardigheden goed kwijt kunt. Als je kno-arts wilt worden, moet je een keer het uurwerk van zo`n ouderwetse wekker een keer uit elkaar halen en weer in elkaar zetten. Als je dat kunt, met al die tandwieltjes die je tegelijk moet vasthouden zonder dat je handen trillen, dan kun je het vak in.` `Daar komt bij dat kno-artsen zelf de diagnose stellen en het probleem vervolgens ook zelf oplossen, anders dan bijvoorbeeld een internist die vaststelt dat de galblaas eruit moet en het daarna aan de chirurg moet overlaten. Bovendien hebben we veel therapeutische mogelijkheden waarmee we een heleboel kunnen.`

Gehoorapparaat
Van Ardenne specialiseerde zich op de microchirurgie van het middenoor, waarbij vastgegroeide middenoorbeentjes worden vervangen door protheses. Toen hij in 1973 naar het Stadsmaten-ziekenhuis in Enschede kwam, werd die operatie alleen in de academische ziekenhuizen gedaan, en in Assen. De jonge kno-arts zag een hele stroom Twentse patiënten naar Drenthe gaan, terwijl hij de kennis voor diezelfde operatie ook in huis had. `Dat vond ik jammer. Mensen kwamen bovendien bij me voor een nieuw gehoorapparaat. Dat hoeft helemaal niet, zei ik dan, u kunt ook met een operatie beter worden. De aandoening ontstaat vaak op middelbare leeftijd, waardoor mensen veel te vroeg slechthorend worden. Met een hoorapparaat kun je het probleem enigszins verhelpen, maar het resultaat is niet te vergelijken met het betere horen na een ooroperatie. Voor mensen is dat een wereld van verschil, met een hoorapparaat lopen of niet. Ik heb toen de medisch adviseur van het ziekenfonds uitgenodigd in de operatiekamer om te laten zien dat het in Enschede ook kon.` In 33 jaar heeft hij zo`n vijfduizend ooroperaties uitgevoerd. En ondanks dat hij zelf heel graag opereert, doet hij het liever niet als het niet dringend nodig is. `Elke operatie heeft een risico, hoe klein ook. Daarom is de beste operatie de operatie die je niet doet. Soms is het beter om te wachten totdat het vanzelf beter wordt, of om te accepteren dat de afwijking bestaat. Als een volwassene slecht hoort vanwege vocht in zijn binnenoor door een verkoudheid, gaat dat met zes weken bijna altijd over. Dus is het verstandiger om af te wachten. Dat valt niet altijd mee, mensen hebben het geduld niet.`

`Het gekke is dat volwassenen zelf niet zes weken willen wachten. Maar als je bij een kind na twee maanden buisjes wilt plaatsen, vragen ze of dat echt wel nodig is. Of de amandelen, dat is ook zoiets. Het verhaal gaat dat ze er vroeger veel sneller werden uitgehaald dan nu. Ik herken mezelf daar niet in. Het is een vervelende ingreep voor kinderen, waarvoor je een goede reden moet hebben, zoals regelmatige keelontsteking. Soms komen hier ouders van kinderen die slecht eten. Ze hebben alsmaar keelpijn, wordt dan gezegd, en ze zien zo pips. Maar die kinderen hebben gewoon geen zin om te eten.` `Soms kan ook een heel klein risico nog te groot zijn. Als iemand aan een oor doof is en met het andere nog redelijk hoort, dan kun je het goede oor beter niet opereren. Want stel dat het misgaat, dan zijn ze het gehoor helemaal kwijt. In zo`n geval kun je beter met een gehoorapparaat werken. Als je het maar goed uitlegt, begrijpen mensen dat ook wel. Soms ook niet. Ik heb ooit geweigerd een musicus te opereren, die aan een oor al doof was. Later hoorde ik dat de operatie elders was misgegaan.`

Chaos
Van Ardenne heeft tot op het laatst veel plezier gehad in zijn vak. Hij is er echter niet rouwig om dat hij de administratieve rompslomp kwijtraakt. `De gezondheidszorg wordt zo bureaucratisch geleid. Dat is jammer, je werk lijdt eronder. Soms ben je evenveel tijd kwijt aan onderzoek en behandeling van de patiënt als met het uitzoeken welk nummertje erbij hoort. Diagnose Behandel Combinatie heet dat, maar ik noem het Dreigende Bureaucratische Chaos. Als ik een prop uit een oor haal, dan snap ik niet waarom in het ziekenhuis allerlei dingen in gang moeten worden gezet voor de afrekening. Laat het tien of twintig euro kosten, en dan is het goed.`

`De zorgverzekeraars hebben veel te veel macht. Ze zijn goed in het innen van premies en het betalen van rekeningen, maar ze moeten zich niet bemoeien met de behandeling. Toch dreigt dat: ze gaan bepalen naar welke dokter je gaat en welk medicijn die mag voorschrijven. Als de dokter vindt dat een medicijn het beste is voor een patiënt, dan moet dat toch vergoed worden?`

`De dokter is de laatste jaren een beetje van zijn voetstuk geraakt. Het vak is breder toegankelijk geworden en daardoor in aanzien gedaald. Maar als je mensen beter wilt maken, heb je autoriteit nodig om hun vertrouwen te winnen. Als je wat langer meedraait, merk je dat je niet iedereen beter kunt maken. Dan moet je proberen om mensen goed te laten leven met wat ze hebben, hen dat op een menswaardige manier vertellen. Je hebt overwicht nodig om mensen gerust te stellen. Het helpt als je een soort vaderfiguur bent: ook die kan je troosten, terwijl je toch tegen hem opkijkt.` `Het afscheid heeft ook leuke kanten, ja. Je hele loopbaan vinden mensen het maar gewoon dat je er bent. Maar het laatste jaar merk je dat je een intensieve band hebt opgebouwd met ze en ervaar je plotseling dankbaarheid. Ik had twee patiënten die onafhankelijk van elkaar zeiden: ik ben nog door uw vader geopereerd. Mijn vader was geen arts, dat moet ik dus zelf zijn geweest. Misschien is dat wel een signaal dat het tijd wordt om ermee op te houden.`

Bron: Twentse Courant Turbantia


Reacties

Er zijn nog geen reacties Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen