Laat kind met implantaat óók gebarentaal leren

04-12-2018 communicatie & media , samenleving & maatschappij

Dove kinderen kunnen op jonge leeftijd al een implantaat krijgen. Maar dat werkt niet voor iedereen even goed. Een extra taal – gebarentaal – blijft nodig, schrijft 

Het is niet vanzelfsprekend dat dove kinderen gebarentaal leren. De meeste doofgeboren kinderen krijgen tegenwoordig een cochleair implantaat (CI), soms al een paar maanden na de geboorte. Dit apparaat zet geluid om in elektrische pulsen en stimuleert zo de gehoorzenuw in het slakkenhuis (cochlea). Hoe jonger hoe beter, want de jongste kinderen hebben de meeste kans om goed te leren spreken.

In Nederland zijn tot en met 2017 ruim 7.500 CI-operaties uitgevoerd, waarvan ruim 2.300 bij kinderen. Daarmee is het cochleair implantaat – het ‘bionisch oor’ – een zeer succesvolle neuroprothese. De techniek heeft nog wel beperkingen. Lang niet alle kinderen met een CI kunnen goed meekomen in de horende wereld. En juist deze kinderen moeten ook gebarentaal leren, want alleen met die vaardigheid krijgen ze volledige toegang tot taal en tot de dovengemeenschap.

Identiteit in plaats van handicap

Tot ver in de jaren tachtig was gebarentaal op dovenscholen nog verboden. Kinderen moesten leren spreken en liplezen (‘spraakafzien’), wat bijna onmogelijk is. Hierdoor groeiden dove kinderen grotendeels zonder taal op. Pas in de jaren negentig boden dovenscholen, naast gesproken taal, gebarentaal aan. Het onderwijs werd daarmee dus tweetalig. Door gebarentaal kon doofheid een identiteit worden in plaats van een handicap.

Veel dove volwassenen zijn tegen het implanteren bij dove kinderen. Zij zien de medische technologie als bedreiging voor de gebarentaal. Daar zit wat in, want horende ouders van kinderen met een CI leren meestal geen gebarentaal. Hooguit ondersteunen ze de gesproken taal met gebaren. Dat is handig, want als het implantaat uit staat, bij het zwemmen of als de batterijen leeg zijn, is het kind doof. Maar echte gebarentaal is het niet.

Stimuleer de gesproken taal

Ook volgens KNO-artsen is het niet nodig dat ouders echte gebarentaal leren. Het is juist belangrijk dat ouders veel met hun dove kind spreken. Het brein moet eerst leren ‘horen’ om spraak te kunnen verstaan. Hier is een lang traject van oefenen en constante aanpassing van de techniek voor nodig. Volgens de Amerikaanse antropologe Laura Mauldin krijgen ouders het advies om met hun handen op de rug tegen hun kind te praten.

Is het ethisch verantwoord om een kind met een CI zonder gebarentaal te laten opgroeien, om zo de gesproken taal te stimuleren? Zelfs als de uitkomst onzeker is?

Op de website van NRC.nl kun je het volledige artikel van Annemarie Kerkhoff lezen.


Reacties

Er zijn nog geen reacties Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde artikelen