Feit of fabel? 10 dingen die je altijd al wilde weten over slechthorendheid
Hard praten, dat is de manier om iemand die slechthorend is naar je te laten luisteren. Tenzij deze persoon een hoortoestel heeft want dan hoort hij alles weer gewoon goed. Dat zullen vooral oudere mensen zijn, want het gehoor van jongeren is in principe goed. Tenzij slechthorendheid in de familie voorkomt, want het is altijd erfelijk.
Dit is slechts een kleine greep uit de misverstanden die bestaan over slechthorendheid. Wat is waar en wat niet? We zetten de tien meest gehoorde feiten en fabels voor je op een rij.
1. Harder praten helpt de slechthorende om je beter te verstaan
Het lijkt een natuurlijke reactie van veel mensen als ze horen dat iemand slechthorend is: extra hard gaan praten. Dat de slechthorende je hierdoor beter gaat verstaan, is niet juist. Sterker nog: als hij of zij een hoortoestel draagt, kan de luide stem zelfs pijnlijk zijn. Hard praten is niet nodig. Duidelijk articuleren en rustig praten helpt vaak wel om beter te kunnen verstaan. Net als dat je de persoon aankijkt als je praat. Twijfel je hoe je het beste met de slechthorende kunt communiceren? Vraag het dan, dat geeft aan dat je graag rekening wilt houden met de slechthorende persoon en dat is vaak al heel prettig om te ervaren!
2. Met een hoortoestel kun je weer perfect horen
De hedendaagse hoortoestellen zijn ware technische hoogstandjes. Ze zijn piepklein en kunnen worden afgestemd op uiteenlopende situaties. Toch is het bijna nooit zo dat iemand die slechthorend is, met een hoortoestel weer net zo goed hoort als een goedhorende persoon. Dit hangt natuurlijk ook wel af van de ernst van het gehoorverlies. Maar meestal zal het horen meer inspanning blijven kosten en blijft vooral het verstaan van spraak – vooral in wat drukkere situaties – lastig.
3. Alle slechthorenden kunnen goed liplezen
In feite kunnen we allemaal liplezen. Dat wil zeggen: we gebruiken allemaal de informatie die we krijgen door de mond van de spreker. Luisteren naar iemand die je niet ziet spreken, is lastiger dan iemand die je wel ziet, zeker als omgevingsgeluiden zijn. We noemen dit overigens spraakafzien. Mensen die slechthorend zijn of worden, zijn meer afhankelijk van het spraakafzien en zullen deze vaardigheid dan waarschijnlijk ook meer ontwikkelen, al dan niet met behulp van een speciale training. Maar lang niet iedere slechthorende zal dit even goed kunnen. Hoe belangrijk het spraakafzien is voor slechthorenden, bleek toen mensen mondkapjes moesten gaan dragen als covid-maatregel. Voor veel slechthorenden leverde dat grote problemen op.
4. Een gehoorapparaat is het enige hulpmiddel voor slechthorenden
Nou, gelukkig is dat niet waar! Er zijn veel verschillende extra hulpmiddelen. Denk bijvoorbeeld aan speciale telefoons, headsets om televisiegeluid beter te horen, microfoons om in vergaderingen of bijvoorbeeld in de klas beter te kunnen horen of apps die je kunt gebruiken om spraak om te zetten naar tekst. Maar je kunt ook denken aan het inzetten van een schrijftolk. Dan kun je alles wat er gezegd wordt vrijwel direct meelezen op een beeldscherm. Handig bij presentaties, voorstellingen, bijeenkomsten, trainingen, workshops of bij de bingo in het buurthuis.
5. Slechthorendheid is altijd erfelijk
Bepaalde vormen van slechthorendheid zijn erfelijk, maar veel vaker ontstaat slechthorendheid door het ouder worden of door gehoorbeschadiging. Bijvoorbeeld door te lang blootgesteld zijn aan hard geluid of als gevolg van een ziekte of aandoening.
6. Iedereen die ouder wordt krijgt met slechthorendheid te maken
Niet bij iedereen maar wel bij heel veel mensen die ouder worden gaat het gehoor achteruit. Dat is een zogenaamd normaal ouderdomsverschijnsel. Ouderdomsslechthorendheid – presbyacusis – begint rond het vijftigste levensjaar. Naar schatting is, van de mensen van 65 jaar en ouder, tussen de 25% en 40% slechthorend. Het gehoor neemt doorgaans verder af met het ouder worden.
7. Jongeren worden minder snel slechthorend dan ouderen
Zoals je hierboven kunt lezen krijgt een groot deel van de ouderen te maken met gehoorverlies. Je kunt dus inderdaad wel aannemen dat ouderen sneller slechthorend worden dan jongeren. Echter, jongeren zijn zeker niet zonder risico van slechthorendheid. Een veel voorkomende oorzaak van slechthorendheid onder jongeren is lawaai. Al jaren luiden kno-artsen de noodklok over het toenemende aantal jongeren met gehoorbeschadiging door het luisteren naar (te) harde muziek met oortjes. Tegenwoordig zijn veel oortjes en koptelefoons daarom uitgerust met een automatische volumebegrenzing.
8. Als je slechthorend bent kun je niet meer telefoneren
Veel slechthorenden zullen deze stelling bevestigen. Als het gehoor minder wordt, wordt telefoneren steeds lastiger, vooral omdat de gesprekspartner niet te zien is en er dus geen spraakafzien mogelijk is. Als het bellen te moeilijk en te vermoeiend wordt, stoppen veel slechthorenden met bellen en gebruiken ze liever andere communicatiemiddelen zoals e-mail en whatsapp. Er zijn echter een aantal mogelijkheden om wel te kunnen bellen. Veel moderne hoortoestellen hebben de mogelijkheid om telefoongesprekken via de mobiele telefoon rechtstreeks op het hoortoestel binnen te laten komen, waardoor het vaak beter te verstaan is. Er zijn speciale telefoons voor slechthorenden en er is een dienst waarmee je kunt bellen via een tussenpersoon die spraak kan omzetten in tekst.
9. Alle hoortoestellen worden voor 75% vergoed vanuit de zorgverzekering
In Nederland vindt vergoeding van hoortoestellen plaats via de zorgverzekering. Wie in aanmerking wil komen voor vergoeding, moet een gehoortest ondergaan en een vragenlijst invullen. De hoortoestellen zijn verdeeld in 5 categorieën. Op basis van de gehoortest en de antwoorden op de vragen bepaalt de audicien binnen welke categorie de slechthorende valt. Een hoortoestel uit die categorie wordt vervolgens voor 75% vergoed. Wil de slechthorende een hoortoestel uit een andere categorie, dan wordt dit meestal niet vergoed. Ook hoortoestellen die niet in een van de categorieën zijn opgenomen – vrije markt hoortoestellen – worden niet uit de basisverzekering vergoed. Enkele verzekeraars vergoeden dit wel vanuit een aanvullende verzekering.
10. Slechthorende kinderen gaan naar het speciaal onderwijs
De tijd dat een kind dat niet goed kon horen automatisch naar een speciale school ging, is gelukkig al lang voorbij. Tegenwoordig wordt zorgvuldig gekeken wat het beste bij het kind past. Dit kan speciaal onderwijs zijn, maar het kan ook regulier onderwijs zijn met extra ondersteuning (passend onderwijs).
En dan nog een paar cijfers
Onderzoek van VeiligheidNL en Erasmus MC laat zien dat naar schatting 13% van de Nederlandse bevolking van 40 jaar en ouder, oftewel 1,2 miljoen mensen, gehoorverlies heeft van minimaal 35 decibel. Het aantal mensen met deze mate van gehoorverlies neemt sterk toe met de leeftijd.
Volgens de website Volksgezondheidenzorg.info waren er in 2019 767.200 mensen met diagnose slechthorendheid bekend bij de huisartsen. Hiervan waren 401.100 mannen en 366.000 vrouwen (46,6 per 1.000 mannen en 41,9 per 1.000 vrouwen). Vooral vanaf de leeftijd van vijftig jaar neemt het percentage mensen met slechthorendheid sterk toe, het meest voor mannen.