Mogelijk nieuwe behandeling voor eenzijdige doofheid

02-05-2018 algemeen , hooroplossingen , onderzoek & wetenschap

Als er sprake is van eenzijdige doofheid, worden in Nederland standaard twee opties aangeboden: behandeling met een CROSS of met een BCD. Beide apparaten bieden het geluid via een omweg aan het goede oor aan. Het dove oor wordt dus niet gebruikt, terwijl dit wel wenselijk is. Het UMC Utrecht onderzoekt of patiënten met eenzijdige doofheid mogelijk baat hebben bij een derde optie: behandeling met een cochleair implantaat

Eenzijdige doofheid

Van eenzijdige doofheid of SSD – single sided deafness – spreken we als iemand met één oor goed hoort (gemiddelde gehoordrempel ≤30dB) en met het andere slecht (gemiddelde gehoordrempel ≥70dB). Eenzijdige doofheid ontstaat meestal pas op latere leeftijd, bijv. door een virusinfectie, otosclerose, de Ziekte van Ménière, een brughoektumor of een trauma. Patiënten met eenzijdige doofheid kunnen niet goed horen uit welke richting een geluid komt en hebben moeite met het verstaan van spraak in rumoerige ruimtes. CROSS-hoortoestellen (Contralateral Routing of Sound System) en BCD’s (Bone Conduction Devices) lossen dit probleem niet op, omdat het dove oor bij deze apparaten onbenut blijft. Om goed richting en geluid te kunnen bepalen hebben de hersenen namelijk geluidsinformatie van twee oren nodig.

Cochleair implantaat

De afdeling Keel-, Neus-, en Oorheelkunde (KNO) van het UMC Utrecht onderzoekt daarom of een behandeling met een cochleair implantaat een meerwaarde heeft voor patiënten met eenzijdige doofheid. Een CI wordt tijdens een operatie ingebracht en neemt de functie van het beschadigde slakkenhuis over. Met deze behandeling is al veel ervaring, maar alleen bij patiënten met tweezijdige doofheid. Arts-onderzoeker Jan van Heteren legt uit: “Bij een CI wordt het geluid via het implantaat direct doorgegeven aan de gehoorzenuw van het dove oor. Daardoor krijgen de hersenen dus weer van twee kanten signalen binnen. In onze CINGLE-studie vergelijken we de huidige behandelingen met cochleaire implantatie.”

Vijf jaar

Binnen de CINGLE-studie worden patiënten in twee groepen verdeeld. Door onafhankelijke loting wordt bepaald of een patiënt wordt behandeld met één van de twee bestaande methodes of met een CI. Vervolgens worden de deelnemers gedurende vijf jaar gevolgd. In het eerste jaar vindt drie keer een meting van het gehoor plaats en vullen deelnemers verschillende vragenlijsten in. Daarna worden de metingen eens per jaar uitgevoerd. Van Heteren: “Voor de groep die een implantaat krijgt is de beginperiode het meest intensief, omdat zij eerst een revalidatietraject door moeten. Deelnemers in de andere groep mogen eerst de twee bestaande behandelingen uitproberen. Daarna kunnen ze kiezen voor een BCD, een CROSS of geen behandeling.”

Over de resultaten kan Van Heteren nog niets zeggen. Dat komt doordat de data niet geanalyseerd mogen worden zolang er nog mensen deelnemen aan de studie. De eerste resultaten worden in 2019 verwacht. Tot die tijd is er dus ook nog niets bekend over de beschikbaarheid of vergoeding van een CI voor mensen met eenzijdige doofheid.


Gerelateerde artikelen

Doof.nl maakt gebruik van cookies.

Doof.nl gebruikt vier soorten cookies.

Lees meer

Deze cookies zorgen ervoor dat de website goed werkt.

Lees meer

Op onze website staan YouTube-filmpjes. Wanneer je deze wilt afspelen, dan moet je de cookies accepteren. YouTube slaat dan cookies op op jouw computer.

PHP Code Snippets Powered By : XYZScripts.com